Vrees voor afwijzing maakt roze oudere eenzaam

Roel Kappetijn zet zich al een jaar of twintig in voor ‘roze ouderen’, officieel de LHBT-gemeenschap (Lesbisch, Homo, Bi, en Transgender). In woonzorgcentrum Delfshove in Delft organiseert hij iedere laatste vrijdag van de maand een Roze Ouderen Salon.

Om deze ouderen een plek te bieden waar ze zichzelf kunnen zijn en om te voorkomen dat ze vereenzamen. Met ook in gedachte zijn eigen later: “Op een oude man met rollator zitten ze in homokroegen niet te wachten.”

Hij kleedt zich bij voorkeur in het zwart-wit. Roel Kappetijn (57) zegt het en passant en zonder verdere uitleg. Maar je kan er symboliek in zien voor de twee werelden waarmee Kappetijn dagelijks te maken heeft als organisator van de Roze Ouderen Salon in het Delftse woonzorgcentrum Delfshove, onderdeel van ouderenzorgorganisatie Pieter van Foreest. De openlijke wereld, met in Delfshove op een totaal van zeventig ouderen op het moment van het gesprek maar één roze bewoner, een vrouw van in de tachtig die aangeeft lesbisch te zijn. En de verborgen wereld, met in zorgcentra volgens Kappetijn veel meer roze bewoners, maar die dat geheim houden uit vrees anders door andere bewoners te worden gemeden.

Klok

“Het is voor 75- en 80-jarigen een heel gevoelig onderwerp”, weet Kappetijn – zelf homo – als ervaringsdeskundige. “Ze komen uit een tijd waarin homo zijn nog taboe was. Met het risico dat als het wel bekend werd, je door je omgeving in de ban werd gedaan. Die schaamte en angst voor afwijzing van toen zit er bij die ouderen nog steeds in. De praktijk van alledag bewijst ook dat ze er nog mee worden gepest, want de homo-tolerantie in de samenleving neemt af, merk ik. Dus praten de meesten er niet over. Net als mensen van wie ouders in de oorlog fout waren. Die hangen dat ook niet aan de grote klok omdat ze zich er nog voor schamen.”

Droog

In Delfshove, waar Kappetijn fulltime werkt, is de Roze Ouderen Salon een mooi voorbeeld van wat hij in zijn voorvechtersrol al voor elkaar kreeg. Ook roze ouderen uit de buurt zijn er welkom. “Met de salon op deze neutrale plek bescherm je ook ouderen die nog thuis wonen en die niet als roze door de buitenwereld willen worden herkend. In de salon durven ze onder gelijkgestemden wel zichzelf te zijn. Onder het schilderen, kleien en schrijven van gedichten raken ze in gesprek, ook die bij de eerste keer heel timide zijn.” Uitstapjes voor de groep organiseert hij ook, zoals een keer naar het theaterstuk ‘Naar vriendschap zulk een mateloos verlangen’, over de levens van homoseksuele ouderen. “Niemand hield het droog toen.”

Beschamend

Kappetijn is ook ambassadeur van Roze50+, een samenwerkingsverband van ANBO, homo-emancipatievereniging COC en maatschappelijke kennisorganisaties Movisie en Vilans. Om bewoners niet in verlegenheid te brengen, kan hij niet vrijuit praten over waar hij in tehuizen zoal tegenaan loopt. Wel vertelt hij van een homostel dat in een verzorgingscentrum in Limburg niet gewoon samen een tweepersoonskamer kreeg, maar twee eenpersoonskamers naast elkaar, zodat ze elkaar konden helpen: “Beschamend dat een directie van zo’n centrum dat zo aanpakt.”

Link

Hoe groot de eenzaamheid is onder roze ouderen in tehuizen, vindt hij een moeilijk te beantwoorden vraag, juist omdat het vooral een verborgen probleem betreft en er weinig harde bewijzen zijn. Wat niet wegneemt dat er volgens hem een directe link bestaat tussen ‘oud roze’ en de “gigantische eenzaamheid” in tehuizen: “Doordat roze ouderen liever eenzaam op hun kamer blijven zitten, bang zich te midden van de rest te verspreken en te worden ontmaskerd. Zelfs de foto van hun overleden partner zetten ze niet op het nachtkastje, uit vrees dat het dan via het huishoudelijk personeel bekend wordt. Die foto zit diep weggestopt in een la en komt pas bovenwater als zo iemand is overleden. Echt triest vind ik dat.”

Bloemen

Over ‘Cor’ – inmiddels overleden – kan hij ook vertellen. Die maakte er in het zorgcentrum waar hij woonde, geen geheim van dat hij homo was en lakte zelfs zijn nagels. “Ik moet oppassen dat ik niet iedereen over een kam scheer, maar Cor werd door zo’n beetje alle andere bewoners gemeden. Het was nog in de tijd dat er met meerderen op een kamer werd geslapen, maar niemand wilde met hem de kamer delen. Zelf kwam hij nauwelijks van z’n kamer af, at er ook in z’n eentje. Op een gegeven moment lag hij dood op bed. Hij had geen familie, dus wilde ik bloemen bestellen. Maar bij de bloemist bleek dat Cor dat zelf al had geregeld, bang dat er anders helemaal geen bloemen zouden zijn. Zo eenzaam was die man.”

Dement

Even schrijnend is zijn relaas over een bewoner die als transseksueel de hormonale behandeling voor geslachtsverandering achter de rug heeft maar bij wie nu dementie is vastgesteld. Waardoor het tweede deel van de behandeling, de chirurgische ingreep, niet meer kan doorgaan omdat de man inmiddels handelingsonbekwaam is. ”Hij ziet er uit als een vrouw, maar is toch nog een man en wil daarom niet meer z’n kamer uit. Hij heeft alleen nog contact met een verzorgster die begrip heeft voor zijn situatie. Maar via haar hoop ik hem toch zover te krijgen dat hij naar de salon komt.”

Harinkie

Vermoedt Kappetijn dat een nieuwe bewoner roze is, dan probeert hij op een ongedwongen manier in gesprek te komen. Bijvoorbeeld door de nieuwkomer mee uit te nodigen naar de markt, “voor het eten van een harinkie”. Onderweg vertelt hij dan tussen neus en lippen door over zijn eigen leven ,“om een weggetje vrij te maken voor het verhaal van die ander”. De ene keer werkt dat en komen de verhalen los, de andere keer niet. Dan houdt iemand afstand. In ‘Stormachtig stil’, een bundel aangrijpende levensverhalen van roze ouderen, van schrijver en fotograaf Eveline van de Putte, is ‘Bep’ zo iemand: “Mocht ik ooit in een verzorgingstehuis belanden, dan zou ik het nooit zeggen”, verzekert ze na zelf als lesbische in een tehuis te hebben gewerkt en daar te hebben meegemaakt hoe vooral collega’s haar de rug toekeerden.

Arebei

Dat de Roze Ouderen Salon in Delfshove doorgaans het zelfde kleine groepje over de vloer krijgt, met alleen die ene lesbische vrouw van 87 uit het zorgcentrum zelf en slechts een tiental nog thuiswonende roze ouderen uit de wijk, toont volgens Kappetijn dat er nog flink werk aan de winkel is. Hij wijst op een recent onderzoek van ANBO waarin de ouderenbond becijferde dat Nederland zo’n vijftigduizend roze ouderen moet tellen, terwijl dat maar van vijfduizend formeel bekend is. “Bij onze bewoners staat het ook alleen in het zorgdossier als ze er zelf bij het intakegesprek iets over zeggen. Vragen naar seksuele geaardheid mag niet. Zegt zo’n nieuwkomer er niets over, dan kan het dus zijn dat ook ik met mijn vermoedens tegen een muur oploop. Ook al merk ik aan alles dat die – op z’n Delfts gezegd – zo ruig als een arebei is.”

Signaal

Ieder jaar op 4 mei gaat Kappetijn met roze ouderen uit Delfshove naar de herdenking bij het Homomonument in Amsterdam. En op Coming-outdag op 11 oktober gaat tegenwoordig bij het zorgcentrum zelf de regenboogvlag in top. Met toen dat voor de eerste keer gebeurde prompt een verslag in de stadskrant. Het gaat met de erkenning van oud roze dus wel de goede kant op, beaamt Kappetijn, die zich ook een directeur herinnert volgens wie er in het zorgcentrum helemaal geen roze ouderen woonden. “Terwijl ik toen ook gewoon wist dat ze er wel waren, maar zich dus niet uitlieten over hun geaardheid.” Van de huidige directie krijgt hij alle medewerking. Zo hoopt hij met Delfshove binnenkort de Roze Loper te krijgen, de prijs – in de vorm van een plaquette – die Roze50+ uitreikt aan instellingen die aandacht besteden aan homoseksualiteit. “Zo’n plaquette bij de entree is een extra signaal aan roze ouderen dat ze welkom zijn.”

Momentje

“Lichtpuntjes” noemt Kappetijn ook de roze salons die er in andere verzorgingstehuizen zijn of komen. Zelf zet hij er nog een op in een zorgcentrum in Westland, op verzoek van die gemeente. Aangemoedigd door zijn werk organiseert in dat kassengebied een verzorgingshuis in Monster nu regelmatig rond koffietijd een ‘roze momentje’ voor het bespreekbaar maken van het onderwerp onder alle bewoners. Blij is hij ook met dat Roze 50+ er steeds meer ambassadeurs bij krijgt: “Zelfs in zwaar religieus Zeeland zijn het er ondertussen twaalf. Als ambassadeurs geven we ook voorlichting aan zorgpersoneel over hoe je roze ouderen herkent en met ze omgaat en wat je tegen pesten van die ouderen kunt doen. Roze 50+ ontwikkelde daar een cursus voor, ook voor personeel in opleiding.”

Kast

Zelf speelde Kappetijn nooit verstoppertje over zijn geaardheid. Toen hij als tiener thuis bekendmaakte dat hij homo was, moest zijn vader daar niets van hebben. Twee van zijn broers willen nog altijd geen contact en hij raakte er ook vrienden en werk door kwijt. “Maar dat is het probleem van die anderen. Ik ben niet het type dat in een hoekje gaat zitten kniezen. Je moet wat van het leven maken, dingen doen. Aan ouderen hier die niet uit de kast durven komen of er weer ingaan, houd ik dat ook voor. En misschien zet ik mij ook zo voor ze in, uit vrees dat ik er straks zelf zo bij zit. Mijn generatie praat er wel makkelijker over, maar de wereld is hard, zeker de nichtenwereld. Op een oude man met rollator zitten ze in een homokroeg niet te wachten.”

Paul Hazebroek, 11 april 2016

Meer strijders tegen eenzaamheid

Lees meer persoonlijke verhalen in de serie Strijders tegen eenzaamheid door Paul Hazebroek.

Lees ook