Eenzaamheid aanpakken? Houd het klein, werk samen!

“Ik word overlopen door hulpvragen”, zegt Bert Slaa. Vroeger werkte hij in de bouw, nu helpt hij in zijn woonplaats met een zelf opgezette organisatie eenzame mensen aan een vrijwilliger. “We moeten naar een maatschappij toe waarin we meer rekening houden met elkaar.”

Hij is, beaamt Bert Slaa (65) zelf, het type van ‘niet lullen maar poetsen’. Begin 2013 begon hij met een-op-een huisbezoeken aan moeilijk te bereiken eenzamen in Zwijndrecht, waar hij woont. Om te proberen hun sociale kringetje weer wat groter te maken. “Misschien naïef, maar ik dacht: ik begin gewoon en dan kijk ik wel hoe het gaat.” Wat eenzaamheid met mensen uiteindelijk doet, weet Slaa als hospicevrijwilliger maar al te goed. Voor die tragiek wil hij ouderen die nog op zichzelf wonen dus behoeden, met zijn ‘beweging’ Zorgsaam-Zorgen met inmiddels 25 vrijwilligers.

Stichting Welzijn Ouderen Zwijndrecht reageerde direct positief op Slaa’s idee. En ook andere lokale thuiszorgorganisaties als Aafje en Van den Dool en wijkverpleging De Zichtbare Schakel hielpen hem aan adressen van mensen die niet of amper nog hun huis uit kwamen en waarbij ook niemand meer over de vloer kwam. “Je ziet of hoort ze niet, want ze zonderen zich helemaal af. Maar ze zijn er wel degelijk. Denk maar aan die vrouw die in Rotterdam tien jaar dood in haar huis lag. Googel een beetje en je komt er achter dat er in Nederland ieder jaar wel dertig mensen weken of maanden dood in hun woning liggen voordat ze worden gevonden.”

Parkietenkooi

Zijn eerste cliënt was een vrouw van in de tachtig: “Of ik haar parkietenkooi wilde schoonmaken, want zelf kon ze dat niet meer. Nou, dat had ik in tien minuten gepiept. Maar die kooi was natuurlijk maar een binnenkomertje. Die mevrouw zat gewoon zelf verschrikkelijk verlegen om een praatje.” Ruim een jaar later gaat Slaa nog amper zelf op bezoek bij eenzamen, zo druk heeft hij het nu met het vinden van vrijwilligers voor alle hulpvragen die er op zijn organisatie Zorgsaam-Zorgen afkomen. “Ik lig er wel eens wakker van, want het valt niet mee. En het gaat nog toenemen, met de bezuinigingen en nu de hele zorg-bubs naar de gemeente overgaat. Daar komt nog meer eenzaamheid van, ben ik bang. Want steeds meer mensen belanden tussen wal en schip.”

Stacaravan

Zelf scheerde Slaa na zijn scheiding twaalf jaar geleden langs de afgrond. Pas sinds een jaar of drie heeft hij z’n leven weer op de rails. In de jaren daartussen leidde hij een soort zwerversbestaan, sliep hij soms in z’n auto en midden in de winter in een stacaravan in een voor de rest leeg bungalowpark: “Dan kom je er wel achter wat eenzaam zijn betekent.” Ook in de flat waar hij nu op vier hoog woont, kon hij in het begin tegen de muren oplopen van eenzaamheid: “Ik zat zonder werk en veel vrienden had ik niet meer. Toen dacht ik weleens, nog even en ik vlieg over de balkonleuning heen.”

Doodzonde

Maar Slaa herpakte zich. “Bezig blijven, zei ik telkens tegen mezelf. Zo ben ik met vrijwilligerswerk en met Zorgsaam-Zorgen begonnen”, vertelt hij. Waarmee hij bewijst dat het master of survival-schildje in de hal zijn levenswandel aardig samenvat. “Dat schildje is een herinnering aan de survivaltochten die ik met vrienden maakte. Hele intense trektochten waren dat. Hel en verdoemenis. Maar na afloop was het altijd enorm kicken. Die vrienden raakte ik door m’n scheiding ook kwijt. Doodzonde.”

Rode draad

Dat hij vrijwilligerswerk is gaan doen, strookt met hoe hij in elkaar zit. “Dat is de rode draad in mijn leven. Ik maak graag contact met mensen, zorg graag voor anderen.” Als medewerker van hospice De Cirkel in het naburige Hendrik-Ido-Ambacht verzorgt hij mensen in hun laatste levensfase. Als mantelzorger ontfermde hij zich over zijn moeder in het verzorgingstehuis, tot ze eind vorig jaar op oudejaarsdag op 102-jarige leeftijd overleed. En al voor z’n scheiding zat hij aan de telefoon bij de Telefonische Hulpdienst Dordrecht, “nachtenlang luisteren naar mensen die in de problemen zaten”. Maar ook in zijn werk, als werkvoorbereider en later projectleider in de bouw, hielp hij liever op de werkvloer nog een handje mee, dan er “in een mooi pak” alleen op toe te zien dat werk goed werd uitgevoerd.

Haast

Veel wordt in Nederland al door vrijwilligers gedaan, realiseert hij zich. Tegelijkertijd vindt hij dat steeds meer mensen nauwelijks nog geïnteresseerd zijn in de ander. “Ken je dat, zo’n verjaardag waar geen echt gesprek wordt gevoerd omdat iedereen met één oog naar z’n iPhone tuurt? Hels word ik daarvan. Iedereen heeft haast en alles draait om geld. In Ridderkerk kom ik nog wel eens in de buurt waar ik opgroeide. Daar zeggen mensen nu ook geen boe of ba meer tegen elkaar. Terwijl vroeger iedereen er zomers voor z’n huis op de stoep zat en m’n moeder een pannetje soep aan de buurvrouw aan de overkant bracht als die ziek was. En als er iemand was overleden, hingen overal lakens voor de ramen. Vroeger was er in een buurt gewoon meer contact tussen mensen.”

Dubbel

Maar zoals hij vaststelt dat er ondanks de individualisering en “overhaasting” nog altijd veel mensen zijn die vrijwilligerswerk doen, zo denkt hij ook “dubbel” over de rol van social media: “Dankzij Facebook heb ik al heel wat vrijwilligers binnengehaald. Dus er zit ook een goede kant aan.” Inmiddels telt Zorgsaam-Zorgen 25 vrijwilligers en als het aan Slaa ligt gaat dat aantal de komende tijd nog flink groeien: “Want we moeten naar een maatschappij toe waarin we meer rekening houden met elkaar en waarin we tegenslagen voor mensen in onze omgeving met z’n allen opvangen.”

Gebeknibbel

“Zorgsaam-Zorgen probeert de eenzamen op te vangen die als zandkorrels door de vingers glippen van de 22 verenigingen en stichtingen die in Zwijndrecht al iets tegen eenzaamheid doen”, vat Slaa de doelstelling van zijn eigen ‘beweging’ samen. “Dat er al veel organisaties mee bezig zijn, kwam ik pas gaandeweg achter. Maar ook al zijn het er zo veel, toch word ik overlopen door hulpvragen. Gisteren nog, een meneer die tegen dementie aan zit. Qua zorg zat hij ‘over zijn uren heen’, dus of ik niemand had om met hem te gaan wandelen. Steeds meer komt dat voor. Verzorgingstehuizen hebben ook steeds minder tijd om eenzame bewoners bij de arm te nemen voor een boodschapje of een wandeling. Die zitten door het gebeknibbel op de zorg ook steeds meer omhoog. Ik zag het bij mijn moeder. Dat kan ik niet verkroppen. Dus regel ik dan een vrijwilliger. En als dat niet lukt, doe ik het zelf.”

Kringetje

De vrijwilligers van Zorgsaam-Zorgen proberen eenzamen ook naar activiteiten te leiden die er overal voor die doelgroep in de gemeente worden georganiseerd. “Alleen hier in de wijk zijn er al drie buurthuizen. Die worden druk bezocht door mensen die ook eenzaamheid hebben gekend, bijvoorbeeld nadat de partner was overleden. Die komen ’s avonds nog wel alleen thuis, maar doordat ze die stap naar het buurthuis zetten, hebben ze toch weer een sociaal kringetje. Wij hopen onze cliënten ook zover te krijgen. Maar het blijft een moeilijk proces. Je kunt ze niet naar buiten branden. Er zitten trouwens ook negentig jarigen tussen. Die moet je niet proberen nog naar activiteiten buiten de deur te krijgen. Die willen niet meer. Die leven al helemaal op van een bezoekje iedere week. Dat is genoeg voor ze. Dan hebben ze weer wat om naar toe te leven.”

Loket

Slaa wijst door het raam naar de kerk aan de overkant. “Kijk het is vrijdag, want in het bijgebouwtje is de voedselbank open. De vrijwilligers daar bellen mij ook als ze iemand zien die achteruit gaat.” Het brengt hem op wat volgens hem het beste recept is voor het aanpakken van eenzaamheid: “Houd het klein, zoek het in samenwerking met elkaar en dichtbij de mensen die je wilt helpen. Ik denk weleens, die grote welzijnsorganisaties zijn te log. Ze doen natuurlijk best goed werk. Maar met al dat vergaderen en al die regeltjes duurt het vaak lang voordat iemand geholpen wordt. Samenwerken doen die grote blokken ook niet echt. Ze runnen allemaal hun eigen loket. Maar waar gaat het nou om, om dat loket of om de cliënt? Maar goed, wie ben ik?”

Steentje

De pretentie dat hij met Zorgsaam-Zorgen eenzaamheid echt de wereld uit helpt, heeft hij niet. “Er zijn vast mensen die zeggen dat die gozer in Zwijndrecht gek is geworden omdat hij met een stel vrijwilligers de eenzaamheid denkt te kunnen oplossen. Maar die illusie heb ik helemaal niet. Van de eenzamen die we tot nu toe bezochten, zette misschien een vijfde weer een stap naar buiten en zit daardoor nu weer wat lekkerder in zijn vel. De rest zit nog alleen thuis. Maar moet ik daarom dan maar opgeven? Ik draag gewoon mijn steentje bij. Dat zit nu eenmaal in mij. Hoe lang nog? Ik ben net begonnen! Dus ik denk totdat de laatste makelaar komt. Je weet wel, die van Tol Hansse. Die maakt je laatste woning klaar, een huisje van zes planken.”

Paul Hazebroek

Meer strijders tegen eenzaamheid

Lees meer persoonlijke verhalen in de serie Strijders tegen eenzaamheid door Paul Hazebroek.

Lees ook: