In een knusse huiskamer regelen eenzame ouderen het zelf

De Laakse Lente noemen ze hun initiatief, “omdat de lente iedereen blij maakt”. Aan de koffie praten de huiskamergasten over koetjes en kalfjes, maar luchten ze ook hun hart. “Juist een luisterend oor van iemand zoals jij verzacht eenzaamheid enorm”, verwoordt het echtpaar de kracht van hun huiskamerproject.

Bij binnenkomst vraag je je af waar in hemelsnaam al die soms wel dertig of meer bezoekers moeten zitten. Maar voor Netty (68) en Leo (67) Olffers is het een fluitje van een cent. Iedere doordeweekse ochtend gaan er meubels aan de kant en haalt Leo uit het tuinschuurtje een batterij klapstoeltjes. Dat gaat al zo sinds het wijkontmoetingscentrum waar hij als vrijwilliger werkte drie jaar geleden werd wegbezuinigd. De abrupte sluiting was een schok voor Leo. Maar samen met zijn vrouw liet hij het er niet bij zitten. Ze besloten de ouderen dan maar in hun eigen huiskamer te ontvangen.

Roodgloeiend

“We konden die oudjes toch niet in de steek laten, ben je gek”, oordeelt Leo nog altijd boos over het gebeurde van toen. “Eenzame ouderen in de buurt moeten toch iets hebben waar ze kunnen binnenvallen voor een praatje of voor als ze met iets zitten”, vult Netty aan. En daarmee was hun ouderenvereniging De Laakse Lente een feit. Sindsdien staat bij huize Olffers doordeweeks ‘s ochtends vanaf tien uur de deurbel roodgloeiend en draait het koffiezetapparaat overuren. Al meer dan tachtig huiskamergasten telt het echtpaar ondertussen, uit de buurt maar ook van elders uit de stad. De meesten komen een paar keer per week langs.

Knusheid

“Laagdrempelig. In de knusheid van onze huiskamer kunnen ouderen alles kwijt waar ze mee zitten. Wij zijn er gewoon voor ze”, vat Leo het succes van De Laakse Lente samen. “Een luisterend oor, dat is het allerbelangrijkste”, beaamt Netty: “Ouderen die hier komen, zijn thuis de hele dag alleen. De partner is er niet meer en kinderen zijn druk met hun eigen leven. Hier raken ze in gesprek met ouderen net als zij. Dat verzacht hun eenzaamheid enorm. Dat is de kracht van ons project.”

Eenling

Over het aan hun lot overlaten van ouderen, kan Leo zich behoorlijk opwinden. “De stoom komt dan uit z’n oren”, weet Netty. Leo gelooft dat het iets te maken heeft met zijn jeugd. Die was, zegt hij, ellendig. “Het was na de oorlog en we waren arm want m’n vader zat zonder werk. Buren hadden het wel goed, dus liep ik rond in verstelde kleren van buurjongens. Op school werd ik ermee gepest, ook omdat ik niet goed kon leren. Bij de kruidenier werd ik weggekeken omdat we altijd in het krijt stonden. Zelfs bij mijn eerste communie droeg ik vermaakte spullen op afbetaling, terwijl anderen er mooi bijliepen. Mijn ouders begrepen me niet, die veroordeelden mij altijd. Als ik kon, vluchtte ik naar buiten. Een eenling voelde ik mij toen.”

Antenne

Hij hield er een sterk gevoel voor rechtvaardigheid aan over. “Het gaf me een natuurlijke antenne voor leed van mensen. Als iemand eenzaam is, voel ik het meteen.” Netty bevestigt zijn inlevingsvermogen: “In negen van de tien gevallen, heeft hij gelijk.” Goed van pas kwam die gave Leo in de tijd dat hij als schoolconciërge met het wel en wee van kinderen van doen had. Een herseninfarct dwong hem twintig jaar geleden te stoppen met werken. Als vrijwilliger begon hij toen in het ouderenontmoetingscentrum in de buurt. Met naast hem steeds Netty, die als gastvrouw haar sporen verdiende als koffiedame bij een ministerie. Bij de start van De Laakse Lente, had ze maar één harde eis: een vaatwasser voor al die gebruikte kop-en-schoteltjes iedere dag. “En laminaat in de woonkamer,” lacht ze, “want dat maakt makkelijker schoon.”

Onderling

Het succes van De Laakse Lente bleef niet onopgemerkt bij beleidsmakers en media. Onlangs werd het echtpaar zelfs samen met tien andere vrijwilligers door premier Rutte ontvangen op het Catshuis. Een oorkonde aan de muur herinnert aan een koninklijke onderscheiding. En eind vorig jaar stond opeens Jan Slagter van ouderenomroep Max met een cameraploeg voor de deur. In diens reportage schrijft hoogleraar vrijwilligerswerk Lucas Meijs het succes van De Laakse Lente toe aan dat het “geen dienstverlening van een organisatie aan cliënten” is: “Ouderen regelen het er onderling met elkaar.”

Basisbehoeften

Meijs: “Het hoeft in die huiskamer nergens over te gaan. Maar onder elkaar hebben ouderen het er ook over alleen zijn. Hun kinderen daarmee lastig vallen, willen ze niet. Erover praten met een hulpverlener ook niet. Want die schrijf alles op en je weet nooit wat je de volgende week terugkrijgt.” In dezelfde reportage bekijkt filosoof en sociaal wetenschapper Anja Machielse ook de beelden van de koffieochtenden bij de Olffers: “Je hoort de woorden die ouderen er gebruiken. Ze ervaren liefde, vertrouwen, vriendschap. Ze kunnen er zichzelf zijn. De meest elementaire basisbehoeften die mensen hebben, vervullen ze in die situatie met elkaar.”

Massaal

Machielse vraagt zich voor de camera van Max af of het huiskamerproject wel een oplossing is voor alle eenzamen: “Voor sommigen kan het te massaal zijn. Die groep mensen is er ook.” Leo weet ouderen in de buurt die eenzaam zijn maar die niet bij De Laakse Lente over de vloer komen. Een paar omdat ze daar fysiek niet toe in staan zijn en een vrouw van in de tachtig omdat ze dementeert. Op een wekelijkse ronde gaat hij bij hen langs. Tot tien uur ’s avonds kunnen ouderen die behoefte hebben aan een luisterend oor hem ook bellen.

Fiets

In het uiterste geval springt hij dan op de fiets naar zo’n beller toe. Zoals naar een vrouw die op het punt stond zelfmoord te plegen: “Haar hebben we toen een weekend lang opgevangen. We hebben er ook voor gezorgd dat ze in een verpleeghuis kwam.” Met een huisartsenpraktijk in de buurt heeft het echtpaar sinds kort ook de afspraak dat die eenzame ouderen wijst op het bestaan van hun huiskamerproject. Het echtpaar vraagt zich ook bezorgd af of wijkverpleegkundigen door alle bezuinigingen nog wel toekomen aan een praatje met ouderen bij wie ze thuis komen.

Over De Laakse Lente

Leo en Netty hopen van harte dat hun actie navolging krijgt. Veel over De Laakse Lente staat nu op een eigen website, delaakselente.nl

Lijp

Leo, in onversneden Haags over de vele uren die hij iedere dag voor De Laakse Lente maakt: “Welke lijp doet dit nou allemaal? Ik dus. Je krijgt er zo ontzettend veel voor terug. Die ouderen zijn je zo dankbaar. En het is goed voor mijzelf, zie het maar als hersengymnastiek.” Netty zou de dagelijkse koffieochtenden ook niet meer willen missen: “Een etmaal telt 24 uur, dus er blijft nog genoeg tijd over voor ons beidjes”, glundert ze. Zomers doen ze er nog een schepje bovenop. Als buren en kinderen met vakantie zijn en het, zoals Leo zegt, onder ouderen in de buurt “stikt van de eenzaamheid”. Netty: “Dan organiseren we zes weken lang activiteiten voor ouderen in het buurthuis.”

Sokken

Het echtpaar laat zich door alle aandacht van bestuurders en media het hoofd niet op hol brengen. Leo: “Het gaat niet om ons, maar om die ouderen. We zijn gewone mensen, we hebben er niet voor gestudeerd. We staan gewoon met onze sokken in de wijk.” Graag zouden ze zien dat hun huiskamerproject navolging krijgt in wijken door heel Nederland. Netty: “Met de bezuinigingen in de zorg en de vergrijzing, is dat hard nodig. Wij zijn er blindelings ingestapt, maar koppels die dit ook willen, hoeven het wiel niet opnieuw uit te vinden. Die zijn altijd welkom om eens te komen kijken hoe wij het aanpakken.”

Bof

Huldeblijken over hun aanpak van gewone Hagenaars ontvangen de Olffers al genoeg. Zoals het gedicht van een oud-schooldirecteur die zelf een kijkje kwam nemen: “Ergens, dat weet ik, staat de deur vaak open. Daar kun je zo naar binnen lopen. Daar wonen mensen ruim van geest. Geloof me, ik ben er zelf geweest.” En een lied van een ondernemer uit de buurt: “Aan de horizon daar schijnt een heel mooi licht, want Leo en Netty zijn in zicht.” De dag van het gesprek ontvangt het echtpaar een versierd briefje op rijm van een huiskamergast die voor de eerste keer op de koffie is geweest: “Het is na één bezoek aan jullie huiskamerhof. De Laak is blij met jullie, oh wat een bof!”

Paul Hazebroek, 20 juli 2015

 

Meer strijders tegen eenzaamheid

Lees meer persoonlijke verhalen in de serie Strijders tegen eenzaamheid door Paul Hazebroek.