Al Amal biedt eenzame Marokkaanse vrouw ontmoetingsplek

Negentien was ze, toen Marzouka Boulaghbage in 1986 van Marokko verhuisde naar de Utrechtse wijk Kanaleneiland. Bang was ze niet, zegt ze nu. Ze wilde studeren en werken; niet thuiszitten. En ze voegde de daad bij het woord. Nu bekommert ze zich als welzijnswerker en sociaal makelaar met haar stichting Al Amal al vele jaren om oudere Marokkaanse vrouwen die thuis wel vereenzamen.

Snoepgoed

“Geef minder snoepgoed en neem meer tijd voor de vraag achter de vraag.” Het is een goede raad die Marzouka Boulaghbage (50) geeft aan huisartsen die Marokkaanse ouderen met allerlei vage klachten op hun spreekuur krijgen. Waarbij ze met snoepgoed ironisch pillen bedoelt. “Zelf zijn die ouderen gek op medicijnen. Dat zit in hun cultuur. Een dokter die niets voorschrijft, helpt ze niet voor hun gevoel. Ik probeer ze duidelijk te maken dat zo’n dokter het juist heel goed met ze voorheeft. Want zo’n arts neemt de tijd, luistert wel en vraagt door. En komt er dan vaak achter dat zo’n oudere niet ziek is, maar aandacht tekortkomt, eenzaam is.”

Wegcijferen

Voor welzijnsorganisatie Wijk&co organiseert Boulaghbage in de Utrechtse wijken Noordoost en Overvecht al jaren wekelijks ontmoetingsmiddagen voor eenzame oudere Marokkaanse vrouwen. De “dames”, zoals Boulaghbage ze noemt, zijn vaak weduwen wier kinderen het huis uit zijn. Maar ook als hun man nog leeft, voelen ze zich vaak alleen. “Hun hele leven hebben ze gezorgd voor het gezin en cijferden ze zichzelf weg, maar kregen ze daar nauwelijks iets voor terug. Niemand hield rekening met hen. Ook als nu de kinderen in het weekend op bezoek komen, hebben die vooral aandacht voor elkaar en zit zo’n vrouw er als moeder vaak maar wat bij of in de keuken, bezig met het eten.”

Dankbaar

Boulaghbage: “Vraag je aan dames die voor de eerste keer bij ons komen of ze eenzaam zijn, dan antwoorden ze van niet, ‘want ik heb toch mijn gezin’. Ze weten niet wat eenzaam zijn betekent. Opkomen voor jezelf, hebben ze ook nooit geleerd. Wel dat nu ze oud zijn ze niet moeten klagen en dankbaar moeten zijn dat hun kinderen in hun drukke levens nog tijd vinden om langs te komen. Sommige dames zijn ook gedwongen oppas voor kleinkinderen. Dus ook tegen hun kinderen durven ze niet te zeggen wat ze zelf leuk vinden. Maar leg je die dames het verschil uit tussen alleen zijn en je alleen voelen, dan herkennen ze dat en geven ze wel aan dat ze eenzaam zijn. Maar ze zien gewoon geen andere weg.”

Wrange verhalen

In haar boek Voor mijn dochter uit 2004 tekende Boulaghbage de levensverhalen op van een aantal van deze eerste generatie Marokkaanse vrouwen in Nederland. Voor het merendeel zijn het wrange verhalen van vrouwen uit Berberdorpen en vaak analfabeet, die omdat ze hun man moesten volgen, gedwongen naar Nederland kwamen. Eenmaal hier sleten ze hun leven binnenshuis en bleven bang voor onze maatschappij, ook omdat ze de taal niet leerden.

Marzoeka Boulaghbage

Motor

Boulaghbage: “Met het boek wilde ik zeggen dat het afgelopen moet zijn met dat vrouwen zo worden behandeld. Basta! Ik wilde ook laten zien dat die vrouwen sterk waren ondanks wat ze hadden meegemaakt. Ook als boodschap aan hun dochters, want die klagen meer maar hebben het relatief makkelijker, met veel meer vrijheid. Maar wat ik met het boek vooral wilde zeggen, is dat in onze cultuur de moeder de motor is van het gezin. En dat die motor hapert als een vrouw zich onvoldoende bewust is van haar kracht. Daar probeer ik met Al Amal en via mijn werk voor Wijk&co wat aan te doen. De ontmoetingsmiddagen die we organiseren zijn ook echt een uitje voor die dames. Daar krijgen ze wel aandacht en warmte en luisteren ze naar elkaars verhalen.”

Hoop

Haar stichting noemde ze naar haar dochter Amal, Arabisch voor ‘hoop’. “Dat probeer ik die dames ook te geven, hoop. De eerste keer dat ze komen, durven ze vaak niet eens te dromen dat ze er als mens mogen zijn. Maar wij vertellen ze dat iedere mens kracht heeft, ook als je vrouw bent en analfabeet. Misschien heb je hulp nodig om die in je zelf te vinden, maar kracht heb je. En daarmee kun je zelf beslissen over je leven en stappen zetten. Er zijn wel belemmeringen, maar dat betekent niet dat je niet mag hopen en ernaar streven.”

Krompraters

Zelf groeide Boulaghbage op in de stad, in Fez en Casablanca. Ze ging wel naar school en werd niet – zoals de vrouwen in het boek – al heel jong uitgehuwelijkt. Ze trouwde op haar negentiende, vlak voordat ze in 1986 Marokko verliet. Voor haar stond vast dat ze niet thuis zou blijven zitten. “Ik was niet bang en wilde studeren en werken.” Haar man, die bij haar komst al tien jaar in Nederland werkte, steunde haar. “Hij kwam hier op zijn 17de, deed zwaar werk zonder diploma. Nederlands leerde hij gebrekkig, zoals zoveel gastarbeiders van toen. Krompraters werden ze genoemd. Hij had, vond hij, de bus gemist en vond dat ik wel kansen moest pakken.”

Afhankelijk

Alsof het gister was herinnert ze zich de dag waarop ze vanuit Marokko aankwam in de Utrechtse wijk Kanaleneiland. “Heel moeilijk vond ik die eerste tijd. Ik had heimwee naar mijn familie. Het huis van mijn ouders was altijd vol. Hier had ik alleen mijn man en zijn ouders en zus. Maar wat me het meest benauwde, was dat ik de taal niet sprak. Ik voelde me totaal afhankelijk.”

Buurthuis

Een maand later moest ze met haar eerste kind naar het consultatiebureau. Zonder haar man, want die was aan het werk. “Gelukkig sprak er iemand een beetje Frans en kon ik mezelf behelpen. Maar ik ben toen wel gelijk Nederlandse les gaan volgen in het buurthuis.” De lerares daar hielp haar ook aan een schoonmaakbaantje. En ze ging Arabische les geven, want veel eerste generatie Marokkanen waren Berbers en spraken die taal niet: “Eerst aan kinderen, maar vanaf 1995 ook aan vrouwen. Ik begon met zes dames en binnen drie maanden waren het er honderdtwintig, puur door mond-tot-mondreclame.”

Excuus

Uit die lessen Arabisch ontstond later Al Amal. “Voor sommige dames vormden die taallessen een excuus om van henzelf de deur uit te mogen. Samen met vriendinnen koffiedrinken in een café zoals hun mannen met vrienden deden, kon gewoon niet volgens hun cultuur. Dat is nu wel anders. Jongere Marokkaanse vrouwen gaan meer westers met elkaar om. Maar wat Al Amal voor die dames doet, lijkt dus op wat Vrouwen Ontmoeten Vrouwen doet. We bieden ze vooral een ontmoetingsplek. Ze leren er ook Arabisch, maar ze komen voor de gezelligheid en ontspanning. En we helpen ze met dingen waar ze moeite mee hebben, zoals met telefoneren in het Nederlands en met lezen en schrijven van brieven.”

Familie

Voor Wijk&co runt Boulaghbage nu tien van deze vrouwengroepen. Ze leidt alle groepen niet zelf, maar traint daar vrijwilligers voor. Haar eigen groepen leidt ze ook met twee vrijwillige “gastvrouwen”, de ene groep, met 13 vrouwen, al 22 jaar, en de andere, met 23 vrouwen, al tien jaar. “Die vrouwen vormen ondertussen een soort familie. Komt er een keer iemand niet komt opdagen, dan hangt de rest meteen bij haar aan de lijn om te horen wat er scheelt.”

Niet anti-man

Ze benadrukt dat Al Amal vrouwen niet tegen mannen opzet. “We zijn niet anti-man. In het begin kregen we wel tegenwind van mannen. Maar nu brengen die hun vrouw met de auto tot voor de deur bij ons. Want wat hebben ze aan een depressieve vrouw? Ze zien zelf dat door onze middagen hun vrouwen thuis meer levensluchtig en vrolijk zijn en dat hun relatie daar ook van opknapt.” Dat haar dames dankzij de huiskamergroepen minder eenzaam zijn, weet Boulaghbage ook doordat de vrouwen echt opkijken tegen de vakantieperiode. “In de zomer is iedereen met vakantie en missen ze elkaar. Dat zeggen ze ook tegen mij. Twee maanden zonder elkaar vinden ze erg lang.”

Taboe

Boulaghbage praat met haar dames ook over hun kwalen, over depressies en suikerziekte. En met het Steunpunt Mantelzorg Utrecht organiseert ze twee keer per jaar een Alzheimertheehuis voor vrouwen die mantelzorger zijn voor hun man of een (schoon)ouder. Omdat er binnen de Marokkaanse gemeenschap op alzheimer en dementie en op opname in een verpleeghuis nog een taboe rust. “Ik heb ook gemerkt dat veel van die dames door mantelzorg zelf zorgvrager worden en eenzaam. Herkennen ze de kenmerken van alzheimer eerder, dan kunnen ze ook sneller aan de bel trekken voor extra hulp.”

Nog even gewoon genieten

Inclusief de inloopspreekuren die Al Amal houdt, schat Boulaghbage dat ze met haar stichting inmiddels bijna duizend vrouwen bereikt. Niet alleen Marokkaanse maar ook van andere nationaliteiten tot zelfs Chinese vrouwen. Maar ze weet zeker dat er in Utrecht nog veel verborgen eenzaamheid is, ook onder oudere Marokkaanse vrouwen. Daarom heeft ze alweer plannen voor nieuwe ‘huiskamers’: “Dat is mijn idealisme. Inhalen wat ze hebben gemist, kunnen die vrouwen niet meer. Waar het mij om gaat is dat ze tenminste in hun laatste jaren wel nog even gewoon kunnen genieten en gelukkig zijn.”

Ook interessant