Aanpak eenzaamheid vergt meer maatwerk

“Verdiep je je echt in eenzaamheid, dan besef je pas hoe ongelooflijk complex het vraagstuk is en hoeveel gezichten eenzaamheid wel niet heeft.”

Als “gevoelig jongetje” had Steven Olthof al oog voor hoe zijn strenge oma zich vaak van anderen vervreemde. In zijn werk als organisatieadviseur met een technische achtergrond maar met belangstelling voor filosofie en psychologie bouwde hij mee aan Coalitie Erbij. Nu, gepensioneerd, doet hij dat nog steeds als vrijwilliger. Onder meer door het geven van workshops over eenzaamheidsbestrijding. Een koerswijziging van ‘hamer zoekt spijkers’ naar een meer vraaggerichte aanpak van eenzaamheidsbestrijding vindt hij noodzakelijk.

De wanden van zijn ruime werkkamer gaan van vloer tot plafond schuil achter planken met boeken over bedrijfsmanagement en filosofie. De indrukwekkende verzameling wetenschappelijk leesvoer getuigt in stilte van waar Steven Olthof (62) zich na een studie technische bedrijfskunde aan de TU Eindhoven jarenlang mee bezighield als organisatieadviseur en partner van accountants- en adviesorganisatie KPMG. Nadenken over wat de mens bezielt, over hoe je mensen in een bedrijf of organisatie effectiever kunt laten samenwerken en daar bij klanten dan oplossingen voor aandragen.

Bril

Zo raakte Olthof in 2008 ook betrokken bij de oprichting van Coalitie Erbij. Jan van den Herik, bij KPMG als verantwoordelijke voor het maatschappelijke programma één van de founding fathers van de coalitie, riep toen zijn hulp in. Of hij mee wilde schrijven aan het ondernemingsplan voor het kersverse verbond tegen eenzaamheid. Het verzoek sprak Olthof aan. Door als organisatieadviseur door een andere bril naar de sector te kijken, droeg hij graag een steentje bij aan het op één lijn krijgen van zo veel verschillende partijen en belangen.

Voetsporen

En Olthof heeft ook wat met het thema eenzaamheid. “Ik heb een technische achtergrond maar schoof in mijn werk meer de psychologische kant op. Door managementcursussen die ik geef, weet ik hoe belangrijk mensen erkenning en waardering vinden en hoe eenzaam mensen kunnen zijn als die basale behoefte onvervuld blijft.” En eigenlijk trad hij ook in de voetsporen van zijn vader. Want die bezocht een kwart eeuw lang voor de Vincentiusvereniging in Amsterdam elke week eenzame mensen op ‘eilanden’ van de stad.

Netvlies

Sinds zijn pensionering in 2009 bleef Olthof voor de coalitie actief als vrijwilliger. “Verdiep je je echt in eenzaamheid, dan besef je pas hoe ongelooflijk complex het vraagstuk is en hoeveel gezichten eenzaamheid wel niet heeft”, verklaart hij zijn aanhoudende betrokkenheid. “Daarom blijf ik me inzetten om het probleem van eenzaamheid bij zo veel mogelijk mensen op het netvlies te krijgen.” Hij wijst op de tien verschillende soorten eenzaamheid die de Amerikaanse filosoof John McGraw onderscheidt. Een taxonomie die vermeld staat in de bundel Mag een mens eenzaam zijn? uit 2012, met verhandelingen over existentiële eenzaamheid onder redactie van Ton Jorna, hoofddocent aan van de Universiteit voor Humanistiek.

Kompas

Het gesprek is amper goed op gang of Olthof plukt ook Logica van het gevoel van cultuurfilosoof Arnold Cornelis van een plank: “Cornelis’ theorie van de communicatieve zelfsturing vind ik een prachtig beeld voor deze tijd. De mens die op zijn eigen kompas vaart, op zijn innerlijke gevoel van zingeving. Maar wel constant in dialoog met andere mensen en groepen. Beslist niet makkelijk, want het maakt je zelf verantwoordelijk en vraagt ook levenskunst. Je moet jezelf door het leven loodsen.”

Kentering

Allerlei opkomende vormen van sociaal ondernemerschap geven Olthof het idee dat zich in de maatschappij nu een kentering voltrekt van een doorgeschoten individualisme naar weer een meer wij-samenleving en sharing economy. “Het besef dat je als mens niet slechts een los atomair deeltje bent maar ook een sociaal wezen dat aan de samenleving bijdraagt. Bezit verliest aan status, het gaat nu veel meer om lid zijn van een groep of netwerk. De regering zet niet voor niets in op een participatiemaatschappij, al is dat natuurlijk ook een doekje voor het bloeden voor de bezuinigingen en de afkalvende zorg.”

Dilemma

Het gedachtengoed van Cornelis vormde een belangrijk vertrekpunt voor het boek Economy of Experiences waarvan Olthof co-auteur is, en dat onder meer handelt over het omgaan met wat hij in het gesprek “dilemma’s” noemt, zowel persoonlijk als organisatorisch en filosofisch: “Keuzes als ga je voor je carrière of voor je gezin? Kies je voor vrijheid of verantwoordelijkheid? Stuur je een organisatie centraal aan of decentraal? En ga je voor eenheidsworst of voor maatwerk?”

Schoolplein

Rondom het thema eenzaamheid verdient het vermogen tot zelfsturing en wel of niet meer maatwerk volgens Olthof ook meer aandacht. Over zelfsturing: “Heel wat ouderen van nu zijn eenzaam. Maar wat hebben ze zelf gedaan om dat te voorkomen? Bekenden van mij verhuisden naar het oosten van het land. Hun kennissenkring hier lieten ze achter, denkende dat ze daar snel weer nieuwe bekenden zouden opdoen. Een grote vergissing, denk ik. Een nieuw netwerk opbouwen lukt op latere leeftijd niet meer zo makkelijk. Je ontmoet op het schoolplein geen andere ouders meer, je spreekt op zondag langs de lijn geen andere vaders met voetballende zonen meer. Dat besef, dus dat je weet hoe je voorkomt dat je in je latere leven eenzaam wordt, moet al op school aan de orde komen.”

Rommelen

Al pratend over de keuze voor maatwerk bestookt Olthof zijn gast met knipsels over het onderwerp. Zoals een artikel over ‘vijf geboden van het nieuwe wij’ van filosofe en programmamaakster Rémi van der Elzen (‘Deel emotie, zoek echte verbondenheid, erken de verschillen, benadruk de overeenkomsten, betrek en daag uit’). En een interview met trainer en coach Harry van de Pol over diens onlangs gepubliceerde Basisboek luisteren en spreken. De titel boven dat interview – ‘Echt contact blijft vaak uit’ – slaat op de vele beoordelings- en voortgangsgesprekken in bedrijven. Werknemers hebben daar vaak geen trek in omdat ze vinden dat er niet echt naar ze wordt geluisterd. Van Pol’s conclusie: “We rommelen maar een beetje langs elkaar heen, het echte contact blijft uit.”

Voorgekookt

In Mag een mens eenzaam zijn? werpt Jorna de vraag op of interventies tegen eenzaamheid wel voldoende aansluiten bij wat mensen in hun eenzaamheid wel en niet nodig hebben. Olthof: “Kennelijk komt dat langs elkaar heen rommelen ook voor bij eenzaamheidsbestrijding.” “Hamer zoekt spijkers” noemt hij dat voorgekookte aanbod: “Wie eenzaam is, is meer gebaat bij een intakegesprek met een onafhankelijke hulpverlener of vrijwilliger die niet direct vanuit het aanbod van een organisatie denkt.”

Accent

Waarmee hij beslist niet gezegd wil hebben dat coalitieleden geen goed werk doen: “Met hun interventies verzachten zij eenzaamheid. En ik vind het fantastisch dat de aanbodzijde zich organiseert. Dat in plaats van ieder voor zich, partijen elkaar nu zowel landelijk als lokaal weten te vinden en bij hun waaier aan activiteiten meer in ketens denken.” Hij noemt het voorbeeld van multiprobleemgezinnen en daklozen waar Humanitas met een maatjesproject voor één schakel in de keten zorgt. “Maar het gaat dus om de vraag waar je het accent legt: ga je alleen aanbodgericht te werk of ook vraaggericht? Als je kijkt naar het effect van interventies, dan is er een accentverschuiving nodig richting vraagzijde.”

Maatwerk

Olthof geeft aan dat die discussie nu ook plaatsvindt binnen Coalitie Erbij. Hij spreekt van het “verzoenen van dilemma’s”: “Binnen de coalitie is er eerst gewerkt aan het verzamelen van onderzoek en cases en aan het zichtbaar maken van eenzaamheid. Aanbod van interventies stond daarbij centraal. Nu is tijd voor het toevoegen van een meer vraaggerichte aanpak, voor meer maatwerk dus. Simpel gezegd: in plaats van allemaal op zoek gaan naar klantjes, ga je veel meer samen kijken naar wat mensen die eenzaam zijn, willen en pas je daar met z’n allen het aanbod van activiteiten op aan.”

Recept

Voorbeelden van zo’n vraaggerichte aanpak zijn er al. Zo vertelt hij van een groep welzijnsorganisaties in Haarlem die met huisartsen een overeenkomst sloten waarbij die patiënten waarvan ze vermoeden dat ze eenzaam zijn, voortaan de keuze krijgen tussen een recept voor pillen of voor een intakegesprek van twee uur met een neutrale welzijnswerker. Een model dat ook snel over het hele land kan worden uitgerold, is volgens Olthof het in het kader van de Wmo ontwikkelen van wijkteams voor onder meer het signaleren van eenzaamheid. “Komt er dan een melding binnen, gaat er één hulpverlener op af om te voorkomen dat zo’n gezin of persoon tien verschillende organisaties aan de deur krijgt.”

Zelfhulptools

Eenzame mensen met hun vraag meer centraal stellen, doe je volgens Olthof ook door op internet meer zelfhulptools aan te bieden met vragen over het eigen gedrag en over de omgang met anderen. “Dus een digitale vraagbaak met ook een chatachtige functie voor individuele consulten met een professional. Ook burgerinitiatieven in de buurt waar een eenzame wat aan heeft, kun je beter zichtbaar maken op zo’n site.” Als andere opties noemt hij het door gemeenten faciliteren van ontmoetingsplekken en meer aan preventie doen bij huisbezoeken en op school.

Onbevangen

Het moeilijkste voor het maken van de omslag van aanbod naar vraag lijkt Olthof hulpverleners en vrijwilligers zover te krijgen dat ze bij een huisbezoek echt onbevangen en met aandacht luisteren naar waar een eenzaam iemand behoefte aan heeft. “Veel hangt af van hoe je dan als hulpverlener of vrijwilliger met zo iemand aan tafel zit. Niet te snel oordelen, maar onderzoeken, blijven vragen. Dat is voor een deel trainbaar maar het heeft ook te maken met hoeveel je dan van jezelf durft te laten zien. Het vergt dus ook veel zelfkennis”, benadrukt hij, daarbij verwijzend naar “prachtige zinnen” in Mag een mens eenzaam zijn?: “Door het inzetten van aandacht, verdunde ernst en een open en gevoelige waarneming stijgt de kans dat we de ander te zien krijgen. De kans stijgt dan dat we beter zicht krijgen op het lijden dat gepaard gaat met complexe beelden van eenzaamheid.”

Sloep

Zelf doet Olthof zijn best om te voorkomen dat hij zelf op z’n oude dag eenzaam wordt. Als “gevoelig jongetje” had hij al oog voor hoe zijn strenge oma zich van anderen vervreemde. En nog altijd zit hij met een onvoldaan gevoel omdat hij te weinig contact had met zijn jong overleden vader, die – hoewel emotioneel – niet over gevoelens praatte. In huize Olthof in Heemstede gaat het er anders aan toe. De wanden van de wc op de gang hangen propvol groepsfoto’s van familiedagen met het gezin en broers en zussen. En sinds een jaar heeft Olthof een sloep “als hele praktische oplossing om met mensen in m’n netwerk op tochtjes door de Amsterdamse grachten gezellig bij te praten en een hapje te eten.”

Paul Hazebroek

Meer strijders tegen eenzaamheid

Lees meer persoonlijke verhalen in de serie Strijders tegen eenzaamheid door Paul Hazebroek.