“Ook wie eenzaam is kan iets voor een ander betekenen”

Met een diploma van de hogere hotelschool en een masterbul voor bedrijfskunde op zak, baande Janet Turkstra zich als interim-manager een pad in de wereld van het grote geld. Maar een paar jaar geleden gooide ze het roer om.

Vanaf dat moment realiseert ze als sociaal ondernemer haar droom: met Vraagelkaar als “positieve beweging” ervoor zorgen dat mensen die zich eenzaam voelen, elkaar ontmoeten en iets voor elkaar kunnen betekenen.

“De Turkstra-ambulance.” Zo noemt, vertelt Turkstra (42) met een lach, haar vriend het hulpcarrousel dat in haar familie op gang komt zodra er met een van hen wat aan de hand is. “Ik kom uit een heel warm nest. Als er wat is, kunnen we altijd op elkaar terugvallen.” Ze gelooft dat een warme opvoeding de beste remedie is tegen eenzaamheid in iemands latere leven: “Het gaf mij in ieder geval een grote dosis zelfvertrouwen”, vertelt ze als ze thuis in Dronten uitlegt wat haar bewoog het in haar werk over een compleet andere boeg te gooien. Van interim-manager en bedrijvendokter met een eigen bureau en riant salaris werd ze sociaal ondernemer met een zwak voor mensen die eenzaam zijn.

Rood autootje

“Mijn werk begon me tegen te staan”, verklaart ze haar ommezwaai van destijds. “Bij bedrijven waar ik kwam, was vaak veel stress in de tent. Ik begon er zelf wakker van te liggen. Ik ervoer ook een soort leegte in die wereld van het grote geld, met iedereen strak in het pak, dure auto’s en grote gebouwen. Eén grote wedstrijd van groter, beter, mooier is het. Als gezin verhuisden we in die tijd van Amsterdam naar Dronten. Daar stond bij buren verderop in de straat een oud rood autootje voor de deur. Dit is het, wist ik meteen. Die authenticiteit wilde ik ook, mijn hart volgen, écht iets betekenen voor mensen.” Zo rijpte het idee voor Vraagelkaar, zoals ze zelf zegt: “een positieve beweging waarin mensen wat voor elkaar willen betekenen”.

Overbelast

Dat zorgende hoort bij Turkstra. Als kind in Drachten begon ze een klusclub en zamelde ze geld in voor de plaatselijke vogelopvang. Naderhand bewonderde ze hoe haar moeder haar ouders en dementerende schoonmoeder verzorgde. “Op een gegeven moment runde ze in haar eentje ook het familiebedrijf omdat mijn vader ziek werd. En toen kreeg m’n broer ook nog een zwaar auto-ongeluk. Tijd voor zichzelf had ze nauwelijks nog. Later vertelde ze me dat als ze in die tijd de hond uitliet, ze af en toe stilletjes liep te huilen. Zo overbelast en onbegrepen voelde ze zich. Ze moést sterk zijn. Haar worsteling om alle ballen in de lucht te houden, was voor mij een les. Met Vraagelkaar letten we erop dat het voor mensen die iets voor anderen willen doen, wel behapbaar blijft.”

Koekjes

“Ik denk dat ik daar een sensor voor heb”, legt Turkstra uit als ze zegt dat ze snel aanvoelt dat het niet goed gaat met iemand. Zoals destijds in Amsterdam bij toevallige ontmoetingen met eenzame mensen. Een oudere man die haar op straat over zijn leven vertelde en haar tot slot ervoor bedankte dat ze naar hem had willen luisteren. En een bejaarde vrouw die in de kledingzaak waar ze zelf regelmatig kwam, telkens rond koffietijd binnenstapte; niet als klant maar met koekjes in de hoop op wat gezelligheid van de verkoopsters. “Uit compassie lieten die het maar zo. Ik wees haar op het wijkcentrum met allerlei activiteiten voor ouderen, maar dat leek haar niks. Droevig stemden zulke ontmoetingen me altijd. Toen liep ik al rond met de vraag hoe je kunt zorgen dat dit soort mensen elkaar vindt en iets voor elkaar kan betekenen.”

Epicentrum

Vraagelkaar kwam er na veel gesprekken met zorgverleners en bestuurders. Turkstra: “Een langdurig proces van begrijpen, begrijpen en nog eens begrijpen en dan een concept ontwikkelen dat werkt. We bestaan nu twee jaar, maar we leren nog iedere dag bij.” Het VraagelkaarCafé waarmee ze in Leeuwarden het startsein voor haar beweging gaf, was met de ruim honderd buurtbewoners die erop afkwamen meteen een groot succes. Inmiddels organiseert ze in het noordelijk deel van het land tot aan Amsterdam toe verschillende VraagelkaarCafé’s en nadert het ledenaantal de zesduizend. Vanuit haar kantoor, “het epicentrum”, met ondertussen vijf parttime medewerkers, heeft ze er de handen aan vol: “Daarom zie je ons nog niet overal. Want wat we doen, willen we goed doen.”

Visje

Op de bijbehorende website vraagelkaar.nl kunnen leden hun vraag delen of laten weten wat zij leuk vinden om voor een ander te doen. Zoals Arie van 89 die samen met iemand nog eens een visje wil gaan eten op de markt. En een vrouw van 87 heeft wel zin in een kopje koffie op een terras, “maar niet alleen”. Een andere man zoekt medespelers voor een potje koersballen in het dorpshuis. En een vrouw vraagt wie haar naar het ziekenhuis wil brengen. Frans wil juist graag wat voor een ander doen en vindt tuinieren en computers leuk. En Pitrik heeft een verstandelijke beperking maar kan prima grasmaaien en staat ook als hondenuitlater en voetbalscheidsrechter z’n mannetje. Andere welzijnsinitiatieven kunnen ook van het platform gebruik maken, zoals OpenJeHart doet, dat eenzame mensen met elkaar wil verbinden door samen te wandelen en te eten.

Toerbeurt

“Soms kun je met een uurtje tijd al een sprankje geluk bieden aan een ander”, vat Turkstra het Vraagelkaar-recept samen. “Na haar koffie-uitje huilde die vrouw van 87 van geluk. Ze had al twee jaar de zon niet meer op haar huid had gevoeld, zolang zat ze al alleen thuis. De buurtbewoonster die met haar op stap ging, gaf het ook veel voldoening.” Maar wie het leuk vindt wat voor een ander te doen, wordt niet meteen opgezadeld met een vol rooster. “Wordt het een verplichting, dan haken mensen vaak af. Ze willen best wat voor anderen in de buurt doen, maar concreet en niet als vrijwilliger of maatje. Omdat ze zich niet in dat profiel herkennen en het ook niet kunnen waarmaken. Daarom splitsen we binnengekomen vragen vaak op. Zoals laatst bij een man met beginnende dementie. Die zocht iemand om met zijn hond te wandelen omdat hij die anders weg moest doen. Nu laten verschillende leden die hond op toerbeurt uit, waardoor het voor ieder behapbaar blijft.”

Lans

Een bron van inspiratie is voor haar de Vlaamse psychiater Edel Maex met zijn boek In de maalstroom van je leven. “Dat gaat over verbinding maken met jezelf. Dat is volgens mij ook de basis om verbinding te kunnen maken met een ander. Maar wie kwetsbaar is, vindt zichzelf vaak niet de moeite waard. Ik denk dat veel mensen waarbij eenzaamheid speelt, kwijt zijn geraakt wat leuk en mooi is aan henzelf. Maar elk mens heeft iets bijzonders. Mensen zijn meer dan hun aandoening. Ook wie eenzaam is, kan iets voor een ander betekenen. Zo komen mensen weer in hun kracht. En kracht maakt je leven mooi. Wat iemand dan doet, hoeft niet groot of veel te zijn. Als mensen hun behoefte uitspreken, kun je met iets heel kleins al echt in contact komen met elkaar. Dat is waar ik met Vraagelkaar een lans voor breek. ”

Paul Hazebroek, 21 oktober 2015

Meer strijders tegen eenzaamheid

Lees meer persoonlijke verhalen in de serie Strijders tegen eenzaamheid door Paul Hazebroek.

Foto's: CaWeFotografie en VraagElkaar.