Vrijwel altijd erg eenzaam met psychiatrische stoornis

Mensen met psychiatrische problemen zijn vrijwel altijd ernstig eenzaam. Hoe zit dat?

Psychiatrische aandoening

Patiënten met ernstige psychiatrische aandoeningen worden gekenmerkt door een langdurige ernstige psychische stoornis, die zorg en behandeling noodzakelijk maakt en die gepaard gaat met ernstige beperkingen in het sociaal en maatschappelijk functioneren (Delespaul en de consensusgroep epa, 2013). Er zijn verschillende vormen van psychiatrische problematiek, zoals schizofrenie, psychosen en persoonlijkheidsstoornissen. Vrijwel altijd blijkt deze problematiek niet van voorbijgaande aard te zijn, maar kan jarenlang voortduren.

Hoeveel mensen in Nederland hebben te maken met een psychiatrische stoornis?

Wanneer het gaat om mensen met een ernstige psychische aandoening, ook wel een ernstige psychiatrische aandoening genoemd, dan treft dit 1,7 procent van de Nederlandse bevolking. Hieronder treffen we 160.000 mensen tussen 18 en 65 jaar. Reken daar nog de kinderen, jongeren en oudere mensen met psychiatrische problemen bij, dan komen we uit op ongeveer 280.000 mensen met psychiatrische aandoeningen (zie ook: CBS, 2013; Sectorrapport GGZ 2012). 

Psychiatrische problematiek gaat vaak samen met moeilijkheden in het aangaan en onderhouden van contacten met vrienden en kennissen 

Psychiatrische patiënten hebben vaak een gering gevoel van eigenwaarde, ze voelen zich gestigmatiseerd en gediscrimineerd vanwege hun psychische problemen. Daarom zijn ze ook niet erg geneigd om andere mensen aan te spreken en bijvoorbeeld om hulp en ondersteuning te vragen. Dit alles kan eerst leiden tot verdriet en irritatie en vervolgens tot depressieve gevoelens en tot sterke eenzaamheid (Switaj en collega’s, 2015). Ook is het mogelijk dat mensen met bepaalde psychiatrische stoornissen zoals neuroticisme, onrealistische idealen opbouwen over relaties met andere mensen en daarom tegen sociale isolatie en eenzaamheid aanlopen.

Niet alleen onder volwassenen, ook onder kinderen worden dergelijke patronen aangetroffen. Kinderen met ernstige psychiatrische problemen voelen zich vaak niet geaccepteerd in de groep en schoolklas, zij zijn angstig om leeftijdgenootjes aan te spreken en ervaren uitsluiting en discriminatie. Dan gaan ze zich afzonderen van de groep en daarmee raken ze verstrikt in een steeds ernstiger eenzaamheidsspiraal. Een voorbeeld: kinderen met specifieke psychiatrische stoornissen, die bovendien door één of meer klasgenootjes worden genegeerd of afgewezen, hebben vaak geen enkel vriendje in de klas en zijn veel sterker eenzaam dan hun leeftijdgenootjes zonder ernstige psychiatrische stoornissen (Margalit en collega’s, 1999).


Interview met Danny (31) over eenzaamheid en leven met psychische aandoeningen

Lees op Eenzaam.nl het interview met Danny. Door meerdere psychische aandoeningen heeft hij zich zolang hij zich kan herinneren eenzaam gevoeld. De relatie tussen eenzaamheid en zijn psychische klachten is groot. Ze leiden ertoe dat hij moeilijk contacten onderhoudt en hij gedraagt zich in bepaalde situaties 'anders' dan andere mensen.

Mensen met een psychiatrische stoornis noemen vaak zelf spontaan dat eenzaamheid een belangrijk kenmerk van hun leven vormt 

Mensen die bijvoorbeeld behandeld worden voor schizofrenie worden door hulpverleners herkend aan een aantal negatieve symptomen, zoals een onvermogen om ‘mee te voelen met anderen’. Maar deze patiënten zelf omschrijven hun problemen vooral met woorden als ‘verlies’ en ‘eenzaamheid’. Een voorbeeld: “Ik ben een eenzaam niets…”.

En na een psychose denken mensen vaak dat zij de enige zijn met dit probleem. Dat iedereen het aan je ziet. Je schaamt je. Je voelt je eenzaam. Vooral ook omdat het niet gemakkelijk is deze ervaringen met andere mensen te bespreken. Een psychose gaat voorbij en dan is het zaak om je leven weer op te bouwen samen met mensen die erin geloven dat jij kunt herstellen, dat je een leven kunt hebben zoals ieder ander. Een goede gesprekspartner en contacten met lotgenoten, die elkaar wederzijds overtuigen dat de problematiek oplosbaar is, kan dan helpen de eenzaamheid te verminderen.

Jenny Gierveld, 8 februari 2016

Jenny Gierveld

Iedereen kan te maken krijgen met eenzaamheid. Maar er zijn risicofactoren die de kans op eenzaamheid vergroten. Prof. dr. Jenny Gierveld (1938) bespreekt op deze plek zulke factoren. Gierveld is grondlegger van eenzaamheidsonderzoek in Nederland en nog altijd actief als onderzoeker. Gierveld was hoogleraar aan de Vrije Universiteit Amsterdam, in de Faculteit Sociale Wetenschappen. Daarnaast was zij directeur van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI). Zij is lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Gierveld ontwikkelde onder andere de De Jong Gierveld Eenzaamheidsschaal, een vragenlijst die algemeen gebruikt wordt om eenzaamheid te meten.


Lees ook:

Voor wie zich verder wil oriënteren

  • CBS, Statline, 2013.
  • Delespaul, P. H. en de consensusgroep epa (2013). Consensus over de definitie van mensen met een ernstige psychische aandoening (epa) en hun aantal in Nederland. Tijdschrift voor Psychiatrie, 55(6), 427-438. 
  • Margalit, M., Tur‐Kaspa, H., & Most, T. (1999). Reciprocal Nominations, Reciprocal Rejections and Loneliness among Students with Learning Disorders. Educational Psychology, 19(1), 79-90. 
  • Sectorrapport GGZ 2012; Feiten en cijfers over een sector in beweging (2014).
  • Switaj, P., Grygiel, P., Anczewska, M., & Wciorka, J. (2015). Experiences of discrimination and the feelings of loneliness in people with psychotic disorders: The mediating effects of self-esteem and support seeking. Comprehensive Psychiatry, 59, 73-79.