Veel mensen die in armoede verkeren, voelen zich sterk eenzaam

Mensen die in armoede leven zijn vaker eenzaam dan mensen die geen armoede ervaren. Hoe zit dat?

Wanneer is iemand arm?

Er is sprake van armoede wanneer iemand onvoldoende geld heeft voor eten, een goede woning en kleding. Meer precies spreekt men van absolute armoede als het gaat om onvoldoende geld voor eten, woning en kleding, maar ook voor broodnodige zaken als een verzekering en persoonlijke verzorging. Met andere woorden: wanneer men ‘niet de middelen heeft om te kunnen beschikken over de goederen en voorzieningen die in onze samenleving als minimaal noodzakelijk gelden’. We noemen dat het basisbehoeftencriterium (rapport SCP, 2016, p.5).

Meestal wordt in ons land de lat nog wat hoger gelegd, en wordt nagegaan of mensen daarnaast geld hebben voor een minimale, korte vakantie of het lidmaatschap van een sport- of hobbyclub. Deze zaken zijn niet strikt noodzakelijk, maar veel mensen in ons land beschouwen ze wel als zeer wenselijk. Daarom spreken we in Nederland liever van armoede als mensen minder budget hebben dan een ‘niet-veel-maar-toereikendbudget’ (rapport SCP, 2016, p.9). Dit laatste budget is dus iets ruimer dan het basisbehoeftencriterium voor armoede.

Het CBS gebruikt in een publicatie van 8 februari dit jaar een (iets gewijzigd) armoedecriterium: ‘de lage-inkomensgrens’. Dat is afgeleid van het bijstandsniveau van een alleenstaande man of vrouw onder de AOW-leeftijd. Het CBS spreekt niet van armoede, maar van ‘huishoudens met risico op armoede’.

- armoede en eenzaamheid beeld stapeltjes bonnetjes

Een budget dat lager ligt dan het ‘niet-veel-maar-toereikendbudget’ vormt een risicofactor voor sociale isolatie en eenzaamheid

Een budget dat niet of maar net toereikend is, maakt dat mensen bij alle beslissingen zorgvuldig moeten nagaan of deze uitgave verantwoord is. Een bloemetje voor de jarige zus of vriendin moet worden afgewogen tegen zaken als een ijsje voor de kinderen. Sommige mensen zijn uitermate goed in het bedenken of zelf fabriceren van een aardig cadeautje voor de jarige, maar de meeste mensen in deze omstandigheden raken uiteindelijk zwaar vermoeid van al deze kopzorgen. Het vervangen van een kapotte wasmachine betekent dat op vele andere zaken beknibbeld moet worden en wordt daarom vaak uitgesteld. Velen in armoede zien hun situatie als uitzichtloos.

De problemen met ‘de eindjes aan elkaar knopen’ leiden ook vaak tot een zich terugtrekken binnen de muren van de eigen woning. Armoede voltrekt zich daarmee grotendeels in stilte, zoveel mogelijk ongezien voor de omgeving. Wanneer je op deze manier de contacten met anderen verliest, dan blijf je alleen achter met je problemen. Vaak ligt intense vermoeidheid op de loer, je raakt uitgeput en ziek, je voelt je in de steek gelaten en niet voldoende gezien door (hulp)instanties. De kans is groot dat je het niet meer ziet zitten, nog verder geïsoleerd raakt en sterk eenzaam wordt. Dit geldt vooral voor die mensen die al veel jaren achtereen in armoede moeten leven.

Er zijn gezamenlijke cijfers van CBS, RIVM en GGD’s, gebaseerd op omvangrijk onderzoek in de provincie Limburg, die het verband tussen armoede, ziekte, een (te) klein sociaal netwerk en sterke eenzaamheid overtuigend aantonen (Jansen, Hajema, Schefman, Feron, & Bosma, 2015). Van de zieke mensen met de laagste inkomens blijkt 21% ernstig eenzaam te zijn en van de zieke mensen met de hoogste inkomens is dat 6%. Van de zieke mensen met de laagste inkomens heeft 12% zeer weinig persoonlijke contacten en van de zieke mensen met de hoogste inkomens is dat 4%. Dat betekent dat zieke mensen met de laagste inkomens geen mogelijkheden hebben om extra betaalde hulp te zoeken en ook nog eens te weinig mensen om zich heen hebben die hulp en steun kunnen bieden in vergelijking met zieken in betere financiële omstandigheden.

Hoeveel mensen in Nederland hebben te maken met armoede? En wie treft dat hard?

Volgens gegevens van het SCP (Hoff, Wildeboer Schut, Goderis, & Vrooman, 2016) zijn er ongeveer 850.000 mensen (5% van de Nederlandse bevolking) die door het basisbehoeftencriterium tot de armen in ons land worden gerekend. Als we de ruimere definitie gebruiken van het ‘niet-veel-maar-toereikendbudget’ dan tellen we 1,2 miljoen arme mensen of 7,6% van de Nederlandse bevolking (in 2014). Van alle mensen met een ‘niet-veel-maar-toereikendbudget’ verkeert 55% al langer dan drie jaar in deze omstandigheden.

Wie treft armoede? Volgens de onderzoeken van het SCP en CBS zijn het vooral één-oudergezinnen die in armoede leven. In 2015 leefde één op de twaalf één-oudergezinnen met minderjarige kinderen al minstens vier jaar onder de armoedegrens (CBS, 2017). Daarnaast leven alleenstaanden onder de AOW-leeftijd (CBS, 2017) en Marokkaanse Nederlanders (SCP, 2016) vaak in armoede. Armoede blijkt vaker voor te komen in de grote steden van ons land, Amsterdam, Rotterdam en Den Haag, dan elders in het land.

Armoede en eenzaamheid gaan heel vaak samen

Veel mensen die in armoede verkeren zijn sterk eenzaam. Diegenen die geconfronteerd werden met een (plotselinge) ernstige terugval in inkomen, bijvoorbeeld na ontslag uit je baan vanwege langdurige ziekte of een echtscheiding die financieel erg slecht voor je uitpakt, ervaren vaak veel spanning, stress en onzekerheid over wat de toekomst zal brengen. Zij hebben minder geld te besteden en kunnen niet meer deelnemen aan allerlei activiteiten zoals anderen dat doen (zie ook de blog Werkloosheid en eenzaamheid). Dit, maar vooral ook de ervaren spanning en stress wegen zwaar door op de relaties met familie en vrienden, die de contacten daarom proberen te ontlopen of zelfs het contact verbreken. Onderzoek onder de Canadese bevolking leerde dat een ernstige terugval in het inkomen gecombineerd met het ontbreken van mensen die hulp en steun kunnen bieden in die moeilijke situatie leidt tot sterke eenzaamheid (De Jong Gierveld, Keating, & Fast, 2015).

Jenny Gierveld, augustus 2017

Jenny Gierveld

Iedereen kan te maken krijgen met eenzaamheid. Maar er zijn risicofactoren die de kans op eenzaamheid vergroten. Prof. dr. Jenny Gierveld (1938) bespreekt op deze plek zulke factoren. Gierveld is grondlegger van eenzaamheidsonderzoek in Nederland en nog altijd actief als onderzoeker. Gierveld was hoogleraar aan de Vrije Universiteit Amsterdam, in de Faculteit Sociale Wetenschappen. Daarnaast was zij directeur van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI). Zij is lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Gierveld ontwikkelde onder andere de De Jong Gierveld Eenzaamheidsschaal, een vragenlijst die algemeen gebruikt wordt om eenzaamheid te meten.

Voor wie verder wil lezen

  • CBS, Centraal Bureau voor de Statistiek (2017; 8 februari). Meer huishoudens langdurig onder lage-inkomensgrens in 2015.
  • de Jong Gierveld, J., Keating, N. C., & Fast, J. E. (2015). Determinants of Loneliness among Older Adults in Canada. Canadian Journal on Aging/ La Revue canadienne du vieillissement, 34(2), 125-136.
  • Hoff, S. J. M., Wildeboer Schut, J. M., Goderis, B., & Vrooman, C. (2016). Armoede in Kaart 2016 (SCP, September 2016; ISBN 978 90 377 0809 7)
  • Jansen, M., Hajema, K., Schefman, S., Feron, F., & Bosma, H. (2015). Eenzaam aan de onderkant: een studie naar ziekte, armoede en eenzaamheid. TSG, Tijdschrift voor Gezondheidswetenschappen, 93(7), 268-273.