Eenzaamheid onder mantelzorgers: pijn door veranderende relaties

Wanneer intensieve, langdurige zorg voor naasten leidt tot overbelasting, sociale isolatie en eenzaamheid.

Goede contacten met een gevarieerd konvooi van familieleden, vrienden en anderen vormt de basis voor gevoelens van sociale verbondenheid. Wederkerige aandacht voor elkaar en klaarstaan om elkaar bij praktische of emotionele problemen in het dagelijks leven te ondersteunen, functioneert als een soort van ‘eerstehulplijn’ in de directe omgeving. Wanneer de ‘eerste hulp’ uitgroeit en overgaat in intensieve, langdurige zorg, ontstaat een andere situatie. Helpers worden dan vaak mantelzorgers.

Mantelzorg is geen vrijwillige zorg

Mantelzorgers zijn mensen, die intensief en langdurig onbetaald zorgen voor een persoon met gezondheidsproblemen of psychische klachten. Het gaat om meer dan alledaagse zorg zoals voor een gezonde persoon; meestal betreft het zorg voor een chronisch zieke, een gehandicapte of anderszins hulpbehoevende uit het konvooi. Mantelzorgers leveren deze zorg en ondersteuning omdat ze een persoonlijk belangrijke band hebben met degene die zorg nodig heeft. Daardoor kan mantelzorg niet als vrijwillige zorg worden beschouwd. Dat wil zeggen dat deze hulp door mantelzorgers niet aangevoeld wordt als gebaseerd op vrijwillige keuze. Het overkomt hen, juist omdat ze die emotionele band hebben met de hulpbehoevende (Mezzo, 2013; De Klerk et al., 2015).

Omdat mantelzorgers intensief en langdurig zorg bieden, is er grote kans op het ontbreken van tijd voor ontspanning, het onderhouden van gezellige contacten met vrienden en het deelnemen aan sport- en andere clubverbanden. Dit kan leiden tot overbelasting, tot sociale isolatie en uiteindelijk tot eenzaamheid.

Hoeveel mantelzorgers zijn er in Nederland?

Ongeveer één op de drie volwassenen in Nederland geeft een of andere vorm van mantelzorg (Te Riele et al., 2014). Niet allemaal zijn ze langdurige en intensieve zorgverleners. Uit het vorig jaar gepubliceerde rapport ‘Informele zorg, Wie doet er wat?’ van het Sociaal en Cultureel Planbureau (De Klerk et al., 2015) blijkt dat er ruim 600.000 mantelzorgers zijn die langer dan drie maanden én meer dan acht uur per week zorg verlenen. Hierbij is de zogenoemde gebruikelijke hulp die huisgenoten elkaar geven, buiten beschouwing gelaten. Voor 400.000 van deze mantelzorgers valt de mantelzorg zwaar en zorgt voor een hoge belasting. Opvallend is dat vrouwen zich vaker belast voelen dan mannen (Broese van Groenou & De Boer, 2009; De Klerk et al., 2015). De meerderheid van de mantelzorgers is vrouw: 58%. De meeste mantelzorgers zijn tussen de 45 en 65 jaar oud; zij hebben als regel zorgtaken voor hun ouders en in mindere mate ook voor schoonouders. Een toenemend aantal 65-plussers is mantelzorger. Uit de cijfers blijkt dat zij vooral als de centrale verzorger voor hun hulpbehoevende partner moeten optreden. Zij vormen tevens de groep die zeer intensief én over een langere periode zorg verleent. Oorzaak daarvan ligt in het toenemend aantal 65-plussers, met een grotere kans op een partner met een langdurige lichamelijke beperking én in de druk vanuit de politiek om hun naasten thuis te blijven verzorgen. De 75-plussers onder hen verdienen extra aandacht omdat zij als regel intensieve hulp geven én mogelijk zelf ook gezondheidsbeperkingen kennen (De Klerk et al., 2015).

Welke taken nemen de mantelzorgers op de schouders?

Emotionele ondersteuning is de vorm van zorg, die het meest voorkomt (80%). Hulp bij bepaalde huishoudelijke taken, het verzorgen van vervoer en de begeleiding bij bezoek aan de huisarts of specialist neemt een tussenpositie; rond de 50% van de mantelzorgers neemt deze soort van taken op zich. Een kleiner deel is betrokken bij de dagelijkse verzorging in de vorm van hulp bij het douchen, aankleden, het verzorgen van de medicatie en van de maaltijden (13%). Dit komt het meest voor bij mantelzorgers die het huis delen met de hulpbehoevende, meestal de partner. 

Onderzoek wijst uit dat partners gemiddeld 52 uur per week besteden aan zorgtaken en dat zij als regel geen hulp verkrijgen van andere informele zorgverleners zoals kinderen of broers en zusters. Dit in tegenstelling tot volwassen kinderen die voor hulpbehoevende ouders zorgen. Zij zijn daar gemiddeld 17 uur per week mee bezig en worden in meerderheid van de gevallen bijgestaan door een of meer andere informele zorgverleners (Broese van Groenou, De Boer & Iedema, 2013).

Mantelzorger zijn kan leiden tot sociale isolatie en eenzaamheid

Een intensieve hulpsituatie kan als belastend worden ervaren, maar kan ook als positief beoordeeld worden, bijvoorbeeld omdat men zich gewaardeerd voelt door de hulpbehoevende (Broese van Groenou et al. 2013). De verzorging van een kind levert de mantelzorgers veelal positieve ervaringen op. Als je voor een partner of ouder zorgt, ben je minder vaak positief over de hulp die je geeft. Het kan zijn dat de intensiteit van de hulp hier meespeelt (De Klerk et al., 2015). Het kan ook zijn omdat je je steeds meer alleen voelt staan, omdat je niet veel steun en waardering ondervindt voor al hetgeen je voor de ander doet.

Mantelzorg leidt dan ook vaak tot eenzaamheid: 43 procent van de mensen die langdurig voor een ander zorgen zijn eenzaam (Mezzo, 2013).

Interview met Micky (54): "Door mantelzorgtaken geen tijd voor sociale contacten"

Lees het interview met Micky Biddlecombe, die als mantelzorger weet wat eenzaamheid is. "De tijd die de zorg in beslag neemt, kan ik niet zelf invullen en daardoor kan ik amper sociale contacten onderhouden. Ook voel ik mij eenzaam omdat ik de problemen en zorgen die te maken hebben met de zorg voor een ander niet kan delen." 

Lees Micky's persoonlijke verhaal op Eenzaam.nl

Veranderende relaties

Als reden voor eenzaamheid geeft 55 procent van de mantelzorgers aan dat door hun zorgtaken de relatie met degene voor wie zij zorgen verandert. Afhankelijkheid door lichamelijke of geestelijke achteruitgang kan leiden tot een scheve relatie: vooral de behoeften en wensen van de zorgvrager staan centraal en de mantelzorger cijfert zichzelf weg. De relatie tussen mantelzorger en verzorgde kan eveneens veranderen doordat het karakter van de verzorgde verandert. 

Ook de relatie met familieleden, vrienden en kennissen verandert, meent 64 procent van de mantelzorgers. Bij gezamenlijke beslissingen rond de zorg nemen vaak de niet-mantelzorgers het voortouw en zijn doorslaggevend. Als gevolg voelt de mantelzorger zich onvoldoende gehoord en geholpen. Dit komt doordat bijvoorbeeld familieleden, vrienden of kennissen de situatie of zorgen niet begrijpen. Mantelzorg vindt grotendeels ‘binnenskamers’ plaats en vrijwel niemand heeft in de gaten, wat de mantelzorger allemaal voor de kiezen krijgt. De mantelzorgers ervaren dientengevolge dat er te weinig mensen zijn op wie ze in geval van narigheid kunnen terugvallen. Ook missen mantelzorgers de tijd en energie om het contact te onderhouden. Sommigen zijn bovendien aan huis gebonden, omdat hun naaste niet (lang) alleen kan blijven. Hierdoor kunnen sociale contacten verwateren. Onbegrip van de omgeving kan het gevoel van eenzaamheid nog eens versterken.

Jenny Gierveld, 25 oktober 2016

Jenny Gierveld

Iedereen kan te maken krijgen met eenzaamheid. Maar er zijn risicofactoren die de kans op eenzaamheid vergroten. Prof. dr. Jenny Gierveld (1938) bespreekt op deze plek zulke factoren. Gierveld is grondlegger van eenzaamheidsonderzoek in Nederland en nog altijd actief als onderzoeker. Gierveld was hoogleraar aan de Vrije Universiteit Amsterdam, in de Faculteit Sociale Wetenschappen. Daarnaast was zij directeur van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI). Zij is lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Gierveld ontwikkelde onder andere de De Jong Gierveld Eenzaamheidsschaal, een vragenlijst die algemeen gebruikt wordt om eenzaamheid te meten.

Lees meer blogs van prof. dr. Jenny Gierveld

 

Voor wie zich verder wil oriënteren

  • Broese van Groenou, M. I., & De Boer, A. (2009). Uitkomst: ervaren belasting. In: De Boer, A., Broese van Groenou, M.I. & Timmermans, J. (red.), Mantelzorg; een overzicht van de steun van en aan mantelzorgers in 2007 (p. 144-166). Den Haag, Sociaal en Cultureel Planbureau. 
  • Broese van Groenou, M. I., De Boer, A., & Iedema, J. (2013). Positive and negative evaluation of caregiving among three different types of informal care relationships. European Journal of Ageing, 10, 4, p. 301-311.
  • De Klerk, M., De Boer, A., Plaisier, I., Schyns, P., & Kooiker, S. (2015). Informele hulp, wie doet er wat? Omvang, aard en kenmerken van mantelzorg en vrijwilligerswerk in de zorg en ondersteuning in 2014. Den Haag, Sociaal en Cultureel Planbureau. 
  • Mezzo, Nationaal Mantelzorgpanel, 2013 
  • Te Riele, S., Kloosterman, R. & Merz, E-M. (2014). Wie geeft hulp, wie krijgt hulp? In: Demos, 30, 6, 6-8