Eenzaamheid als risicofactor voor het ontstaan van dementie

Eenzame mensen lopen een groter risico om op termijn dement te worden. Hoe zit dat?

Dementie en de ziekte van Alzheimer 

Dementie is een hersenaandoening gekenmerkt door meer dan één cognitieve stoornis (bijv. verminderd geheugen, denkvermogen of herkenning van voorwerpen of gezichten). De ziekte van Alzheimer is de meest voorkomende vorm van dementie. Dementie leidt tot een groot verlies aan kwaliteit van leven en is bovendien één van de belangrijke oorzaken van overlijden (Poos & Meijer, RIVM, 2014). 

Hoeveel mensen hebben te maken met dementie? 

Dementie is door huisartsen vastgesteld voor ongeveer 10% van de mensen van 65 jaar en ouder, voor ongeveer 20% van de mensen die 80 jaar zijn of ouder en voor ongeveer 40% voor de mensen van 90 jaar en ouder.

Volgens cijfers van het CBS zouden er in 2011 ongeveer 51.900 mensen bekend zijn geweest bij de huisartsen als mensen met dementie; daaronder zijn 19.000 mannen en 32.000 vrouwen. In 2015 zouden dat er al omstreeks 80.000 kunnen zijn.

Wanneer het Centraal Bureau voor de Statistiek in vragenlijst onderzoek nagaat of de Nederlandse bevolking te maken heeft met dementie (dan worden dus ook mensen meegenomen die zichzelf als –beginnend – dementerend beschouwen, terwijl ze door de huisarts nog niet als zodanig worden gekend), dan komt men op dit moment zelfs uit op ongeveer 243.000 mensen met dementie. Alzheimer Nederland baseert zich op dit laatste cijfer. 

Opvallend is dat het voorkomen van dementie in de tijd gezien bepaald niet stabiel is. Als gevolg van de toenemende veroudering van de bevolking wordt een sterke toename van het aantal mensen met dementie verwacht; zelfs als in dit aantal wordt meegenomen dat de stijging van dementie wordt afgeremd door een toenemend aantal Nederlanders met een hogere opleiding. Zo verwacht men dat tussen nu en 2030 het aantal met 70% zou kunnen toenemen (Poos & Meijer; RIVM, 2014). 

Eenzaamheid als risicofactor voor het ontstaan van dementie 

Langlopend onderzoek uit de Verenigde Staten laat zien dat niet-eenzame mensen in de daarop volgende jaren een geringe kans hebben op de ontwikkeling van dementie. Daartegenover staat dat (sterk) eenzame mensen een grote kans lopen op het ontwikkelen van dementie (Wilson en collega’s, 2007).

Ook recent onderzoek in Nederland wijst op de samenhang van eenzaamheid en dementie. Holwerda en collega’s (2014) hebben gekeken naar de effecten van alleen wonen of niet alleen wonen, naar het hebben van een levenspartner of het missen van een levenspartner, naar mensen die veel of weinig ondersteuning kregen vanuit hun omgeving en naar het voorkomen van eenzaamheid onder een grote groep van oudere mensen. In eerste instantie zijn al deze factoren wel van invloed op het ontstaan van eenzaamheid. Maar bij meer grondig doorspitten van de cijfers blijkt eenzaamheid verreweg de belangrijkste van deze factoren. Mensen die eenzaam zijn lopen een verhoogde kans om enkele jaren later dementie te ontwikkelen. 

Hoe zit dat? Het zou kunnen zijn dat mensen die zich (sterk) eenzaam voelen niet meer goed in staat zijn op de juiste manier met andere mensen om te gaan: moeilijkheden met het spontaan en adequaat reageren in gesprekken en moeilijkheden met het uitwisselen van emoties. Voor het grootste deel van de eenzame mensen blijft het daarbij. Voor een kleiner deel van de eenzame mensen zien we dat hun eenzaamheid steeds meer gaat samenvallen met verschijnselen van dementie.

Gevorderde dementie een belemmering voor betekenisvolle contacten met anderen? 

Mensen met dementie ervaren vaak grote problemen om met andere mensen in gesprek te blijven. Het is moeilijk om de juiste woorden te vinden. Het is nog moeilijker om namen en gebeurtenissen te benoemen. Creatieve gesprekspartners kunnen behulpzaam zijn en ‘aanvoelend’ helpen de woorden terug te vinden. Andere gesprekspartners voelen zich onmachtig het gesprek gaande te houden en zullen mogelijk de man of vrouw met dementie trachten te vermijden. Wanneer de dementerende persoon zich dit vermijdgedrag bewust is ligt het risico op de loer, dat zij ook zelf het contact met anderen gaan vermijden; met ernstige eenzaamheidsgevoelens als gevolg.

We concluderen dat eenzaamheid en dementie vaak tezamen optreden. Veel mensen met dementie zijn ook eenzaam. Het omgekeerde is niet het geval.

Jenny Gierveld, 18 januari 2016

Jenny Gierveld

Iedereen kan te maken krijgen met eenzaamheid. Maar er zijn risicofactoren die de kans op eenzaamheid vergroten. Prof. dr. Jenny Gierveld (1938) bespreekt op deze plek zulke factoren. Gierveld is grondlegger van eenzaamheidsonderzoek in Nederland en nog altijd actief als onderzoeker. Gierveld was hoogleraar aan de Vrije Universiteit Amsterdam, in de Faculteit Sociale Wetenschappen. Daarnaast was zij directeur van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI). Zij is lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Gierveld ontwikkelde onder andere de De Jong Gierveld Eenzaamheidsschaal, een vragenlijst die algemeen gebruikt wordt om eenzaamheid te meten.

 

Voor wie zich verder wil oriënteren

  • Holwerda, T. J., Deeg, D. J. H., Beekman, A. T. F., Van Tilburg, T. G., Stek, M. L., Jonker, C., & Schoevers, R. A. (2014). Feelings of loneliness, but not social isolation, predict dementia onset: results from the Amsterdam Study of the Elderly (AMSTEL). Journal of Neurology, Neurosurgery, and Psychiatry, 85, 135-142. 
  • Poos, M.J.J.C. & Meijer, S. (2014). Hoe vaak komt dementie voor en hoeveel mensen sterven eraan? In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationaal Kompas Volksgezondheid. Bilthoven: RIVM. 
  • Wilson, R. S., Krueger, K. R., Arnold, S. E., Schneider, J. A., Kelly, J. F., Barnes, L. L., . . . David A. Bennett, D. A. (2007). Loneliness and Risk of Alzheimer Disease. Archives of Gen Psychiatry, 64, 234-240.