"Mythes over eenzaamheid moeten van tafel"

Een wiskundeknobbel en de troosteloosheid van achterstandswijken die haar raakte toen zij als scholiere een buurtwerker van haar kerk hielp.

Die twee omstandigheden hebben Jenny Gierveld later als socioloog en demograaf op het spoor gezet van het onderzoek naar eenzaamheid. Op haar 72ste laat die wetenschappelijke speurtocht haar nog steeds niet los: “de mythes over eenzaamheid moeten van tafel.”

Zelfspot

Het gesprek vindt plaats in Den Haag bij het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI), het onderzoeksinstituut waarvan Gierveld van 1987 tot 2000 directeur was en waaraan zij nu is verbonden als honorary fellow. In het art deco-pand aan de Lange Houtstraat gaat ze ons voor naar wat ze met milde zelfspot de zeventigplus-kamer noemt, de ruimte met werkplekken voor haar en haar mede-fellows.

Armoede

Hoewel ze inmiddels ook als hoogleraar sociologie met emeritaat is, is er van achteroverleunen geen sprake: “Ik geef nog steeds overal in het land lezingen en vind het ook nog altijd leuk om dingen uit te zoeken.” Zo is ze nog direct betrokken bij een onderzoek naar eenzaamheid van de Verenigde Naties in Europa, Japan en Australië. En ook neemt ze nieuwe relatievormen onder 55-plussers onder de loep, zoals ouderen met een LAT-relatie.  

Wiskunde

Haar interviewen is “een ramp”, verontschuldigt ze zich aan het begin van het gesprek: “Ik ben hier al bijna vijftig jaar mee bezig dus er is veel waarover ik kan uitweiden.” Begin jaren vijftig hielp ze als “assistentje” van amper vijftien een buurtwerker van haar kerk bij kinderhulp in Haagse achterstandswijken: “Wat ik daar toen allemaal zag, raakte mij zó dat ik maatschappelijk werkster wilde worden. Maar ik was op school ook goed in wiskunde, dus uiteindelijk werd het de studie sociale wetenschappen.”

Etiket

Voor haar proefschrift, waarop ze in 1969 promoveerde aan de Vrije Universiteit Amsterdam, onderzocht Gierveld midden jaren zestig de positie van alleenstaanden: “In die tijd las een vrouw die ging trouwen nog in het huwelijksformulier dat ze 'tot haar bestemming kwam'. De samenleving was volledig georiënteerd op het gezin, je hoorde getrouwd te zijn.” Ze stelde vast dat ongetrouwden vaak ook vonden dat er iets aan hun zelf ontbrak, dat ze niet 'compleet'  waren: “Ze dachten zelf dus precies volgens het etiket dat ze van de samenleving kregen opgeplakt.”

Meetinstrument

Ze vertelt dat destijds veel alleenstaanden van het platteland naar de stad verhuisden in de hoop op een meer sociaal leven. Maar in de praktijk kwam daar vaak weinig van terecht en bleven velen ook in de stad eenzaam. “Vaak was hun situatie heel prangend, dus kon ik daar in mijn onderzoek niet omheen. Zo ben ik mij in mijn loopbaan behalve op leefvormen ook gaan richten op eenzaamheid.” Begin jaren tachtig ontwikkelde ze samen met studenten een meetschaal voor eenzaamheid. Aan de hand van elf uitspraken kan daarmee worden vastgesteld hoe eenzaam iemand is. Inmiddels gebruiken onderzoekers in meer dan dertig landen dit meetinstrument.

Anoniem

In de jaren dat ze voor haar werk veel met de trein reisde had ze onderweg vaak gesprekken met mensen over hun gevoelens van eenzaamheid: “Mensen vinden het fijn als je belangstellend naar hun informeert, zolang het maar anoniem is. Onder bekenden is het ook nu nog vaak een moeilijk onderwerp.” Het woord eenzaamheid komt daarom met opzet niet voor in de elf uitspraken van haar eenzaamheidsschaal.

Taboe

Gierveld: “Als het woord eenzaamheid valt, beginnen mensen meestal over iemand anders. Behalve mensen waarvan de partner is overleden, die geven gewoon toe dat ze eenzaam zijn. Maar volgens de samenleving worden die ook geacht dat te zijn.” Dat er in de samenleving op eenzaamheid nog steeds een taboe rust, is ook een constatering in 'Zicht op Eenzaamheid', het boek dat Gierveld in 2007 schreef samen met collega-onderzoeker Theo van Tilburg.

Singles

Is het niet frustrerend om na meer dan veertig jaar onderzoek te moeten vaststellen dat dit taboe nog steeds niet van tafel is? Gierveld: “Er is sinds de jaren zestig natuurlijk wel een heleboel veranderd, maar minder diepgaand dan we geneigd zijn te denken. Veel singles van nu zeggen bijvoorbeeld dat ze hun vrijgezellenbestaan geweldig vinden. Maar als je doorvraagt blijkt dat tachtig procent toch veel liever een partner wil.”

Grote ogen

Ondertussen blijft ze full time bezig, maar nu als vrijwilliger, met het verder in kaart brengen van eenzaamheid: “Mijn taak als onderzoeker is het om mythes rond eenzaamheid te vervangen door feiten.” Mythes als de veronderstelling dat flatbewoners eenzamer zijn dan mensen in laagbouwwoningen, of dat eenzaamheid buurtgebonden is. Of dat ouderen eenzamer zijn dan jongeren. Gierveld: 'Veel mensen zetten grote ogen op als ik zeg dat eenzaamheid juist meer voorkomt tussen de dertig en de vijfenvijftig. Pas boven de tachtig stijgt het aandeel eenzamen wel fors.”

Konvooi

De deur van de ivoren toren van de wetenschap zit bij Gierveld niet op slot. Bij lezingen geeft ze haar toehoorders ook haar eigen “bescheiden” medicijn tegen eenzaamheid: door van jongs af aan zuinig te zijn op familiebanden en vriendschappen. Ze vergelijkt het met een konvooi van schepen die elkaar beschermen: “Mensen pikken dat beeld op. Zoals een man in een rolstoel van wie ik hoorde dat hij zijn verhuizing naar een aangepaste woning in een ander dorp afzei uit vrees dan zijn konvooi van vrienden kwijt te raken.” Haar eigen konvooi houdt ze ook in tact: “Jazeker, zo zie ik nog altijd twee keer per jaar de mensen met wie ik destijds samen studeerde.”

Kringgesprekjes

“Een geweldige omslag in de samenleving” noemt ze het dat mensen en vooral jongeren onderling tegenwoordig met meer gemak met elkaar over gevoelens praten dan veertig jaar geleden: “Er is nog wel steeds dat taboe, maar het gaat al veel makkelijker. Het begint al in kringgesprekjes op de basisschool waar kinderen leren wat over zichzelf te vertellen.”

Tachtigplussers

Er is dus hoop? Gierveld: “Ik onderscheid twee tendensen. Het aantal eenpersoonshuishoudens neemt verder toe, met dus ook meer kans op eenzaamheid. Aan de andere kant is er die tendens dat mensen zich meer bewust worden van de waarde van het hebben van goede banden met elkaar, wat de kans op eenzaamheid vermindert. Die twee ontwikkelingen houden elkaar in evenwicht. En per saldo valt het met de eenzaamheid in heel West-Europa wel mee. Uit het VN-onderzoek blijkt dat in Oost-Europa in landen als Roemenië en Georgië door armoede en werkloosheid er veel meer mensen eenzaam zijn dan hier. Pessimistisch ben ik alleen over de grotere eenzaamheid onder tachtigplussers. Door de vergrijzing zitten we daar straks met een geweldig probleem.”

Contactmoment

De overheid laat het er bij de aanpak van eenzaamheid onder hoogbejaarden volgens Gierveld teveel bij zitten: “Door de Wmo komt nu allerlei zorg via aanbesteding in handen van goedkope aanbieders met ongeschoolde werkkrachten. Vroeger wisten thuishulpen ook hoe je eenzaamheid herkent en wat je eraan kan doen. Daar was toen ook tijd voor. Nu vliegt steeds weer een andere hulp het huis in met maar een paar minuten tijd voor het aantrekken van een kous. Tijd voor een gesprekje is er niet meer bij, dus die meneer of mevrouw zit ook zo weer alleen. Maar het was juist zo'n mooi contactmoment. Dus ik zou graag willen dat de Wmo hier meer rekening mee gaat houden.”

Huisbezoek

Ze pleit voor meer activerend huisbezoek door vrijwilligers, zoals de Zonnebloem en Humanitas dat nu al hebben georganiseerd. “Die vrijwilligers gaan drie jaar lang om de paar weken bij dezelfde persoon een kopje koffie drinken. Zo iemand maakt daardoor weer deel uit van een sociaal netwerk. Maar die intensieve bezoekvorm over heel Nederland uitrollen gaat nu niet want dat vergt nogal wat van zorgorganisaties. Want die vrijwilligers moeten wel worden gecoached en daar  is geen tijd en geld meer voor.”

Honderd procent

Toch vindt Gierveld dat beleidsmakers een voorbeeld moeten nemen aan deze huisbezoekprojecten: “Investeren in een hogere kwaliteit van zorg, levert de samenleving uiteindelijk juist meer op. Want mensen die beter in hun vel zitten kosten de zorg per saldo minder geld. In zijn vorig jaar verschenen boek over het rendement van investeringen in de zorg ('Een beter Nederland; De gouden eieren van de gezondheidszorg’, red.) onderstreept econoom Marc Plomp dat ook en ik ben het daar voor honderd procent mee eens.” 

Paul Hazebroek

Meer strijders tegen eenzaamheid 

Lees meer persoonlijke verhalen in de serie Strijders tegen eenzaamheid door Paul Hazebroek.

Lees ook: