‘Als je de hond op het balkon uitlaat, kom je nog nergens’

Eenzaamheid komt onder mensen met een psychische aandoening bovengemiddeld vaak voor. Zeker onder mensen met langdurige psychische problemen. Bij een peiling van het Trimbos-instituut onder die laatste groep anderhalf jaar geleden zei ruim 40 procent zich sterk eenzaam te voelen (en nog eens 40 procent in mindere mate!). Hoe ga je daar als zorgverlener mee om? Maak het bespreekbaar, zegt Rob Blokzijl, ambulant begeleider bij HVO-Querido in Amsterdam. Hij werkt met GGZ-cliënten en krijgt hen onder zijn hoede op een moment in hun leven dat eenzaamheid acuut op de loer ligt, als ze uitstromen. “Ze zijn even heel blij, maar dan slaat de angst toe: wat als ik straks in m’n eentje zit?”

Rob Blokzijl

Wie: Rob Blokzijl
Wat: Ambulant begeleider GGZ, HVO-Querido in Amsterdam

Om elf uur tref ik Rob Blokzijl in het restaurant van het Martien Schaaperhuis, een opvanglocatie van HVO-Querido op IJburg, Amsterdam. Voor hem op tafel staat een laptop, hij zit liever niet in een kantoor. “Is dit een geschikte plek? Om half twaalf komt iedereen uit de werkplaats hier eten, dan wordt het berendruk.” We gaan op zoek naar een rustiger plekje. Blokzijl, een zwaargebouwde man, loopt moeizaam voor me uit. We nemen de lift.

Blokzijl werkt voornamelijk als ambulant begeleider. HVO-Querido heeft elders op IJburg drie locaties waarnaar cliënten uitstromen, als opstap naar helemaal zelfstandig wonen. De woningen zouden oorspronkelijk naast het Schaaperhuis gebouwd worden, maar omwonenden maakten bezwaar. “Het kwam ze te dichtbij.” Blokzijl haalt zijn schouders op. “Wij hebben meer last van de buren dan andersom.”

Eenzaamheid wordt als probleem zwaar onderschat, vindt Blokzijl. En daarom is het noodzakelijk dat je het bespreekbaar maakt. Als ambulant begeleider krijgt hij de cliënten onder zijn hoede op een moment in hun leven dat eenzaamheid acuut op de loer ligt. “Ik zie het hier ook wel gebeuren, in het Schaaperhuis, dat mensen eenzaam zijn. Maar zodra we ze een eigen huis aanbieden, wordt het echt menens. Ze zijn even heel blij, maar dan slaat de angst toe: wat als ik straks in m’n eentje zit?”

Taboe

Het is een onderwerp dat besproken móét worden. Ook al is het niet makkelijk. Sociale professionals kunnen weerstand ervaren om een gesprek over eenzaamheid aan te gaan. Ze zijn bang om te stigmatiseren, hebben het gevoel verantwoordelijk te worden voor de oplossing en/of voelen persoonlijke weerstand tegen mensen die klagen of klampen. Dat herkent Blokzijl wel, maar zelf heeft hij er niet veel problemen mee. “Het ligt er maar aan hoe je het bespreekt. Als ik mijn laptop erbij pak en er eens goed voor ga zitten, dan slaan mensen dicht. Je moet het gewoon tussen neus en lippen door te berde brengen.”

En vooral: het beestje niet bij de naam noemen. “Als ik zeg: straks word je misschien wel eenzaam, dan denkt de cliënt meteen dat er iets mis is met hem. Als iemand zelf het woord eenzaamheid in de mond neemt is het goed, maar negen van de tien keer noemen ze het anders. ‘Zo meteen zit ik thuis en doe ik niks.’ Het idee is het hetzelfde.”

Normaal leven

“Mensen vergeten wel eens dat je ook eenzaam kunt zijn terwijl je normaal leven leidt”, zegt Blokzijl. “Het gaat niet alleen om kwantiteit maar vooral ook om kwaliteit van contacten. Je moet als hulpverlener iedere cliënt individueel bekijken. Verder kijken dan je doelgroep. Eenzaamheid kan het begin zijn van een ernstige psychische problematiek. Depressie bijvoorbeeld ontstaat vaak uit eenzaamheid.” Hij grijpt graag terug op zijn eigen ervaring. “Ik heb artrose, bewegen kost mij moeite. Maar ik ga wel elke dag sporten, anders kom ik helemaal niet meer overeind. Dat kun je uitleggen: wat er gebeurt als je ziek bent – fysiek of psychisch – en je doet er niks aan. Dat je depressief kunt worden als je niets aan je eenzaamheid doet. En dan weer: zonder dat allemaal expliciet te benoemen.”

Visvereniging

Wat Blokzijl bij zijn cliënten doet: een heleboel vragen stellen. “Wat ga je straks doen, hoe ga je je dag indelen, wat is er te vinden in de wijk? Veel mensen die net op zichzelf wonen, zitten in een leeg huis. Dan staat er alleen een bank in het midden van de kamer, met in een straal van drie meter wat spulletjes eromheen. Dat is hun huis; in de rest van het appartement komen ze niet.”

Hoe je iemand van die bank afkrijgt, verschilt per persoon. “De ene krijgen we voor een visvereniging of een biljartclub z’n huis had, een ander met eten. Dan bouwen we daarna verder op gezond eten, en vandaar gaan we door op meer beweging. Zo krijg je iemand op gang. Maar het woord eenzaam hebben we ondertussen nooit gebruikt.” Etiketten plakken is sowieso nooit een goed idee, benadrukt Blokzijl. “Ik zeg ook nooit dat iemand schizofreen is of psychotisch, dan is het gesprek al bijna voorbij. Ik zeg: je had zoveel stress dat je opgenomen werd. Dan gaan ze vertellen.”

Iets over jezelf

Om de verbinding met de cliënt te maken, helpt het soms enorm om iets over jezelf te vertellen. Zo help je de cliënt over de drempel, zegt Blokzijl. Als een cliënt worstelt met verslavingsproblemen, begint Blokzijl vaak over eten. “Ik was vroeger veel zwaarder dan ik nu ben, ik kreeg steeds meer last van mijn artrose. Iedere dag nam ik aan het einde van de werkdag de bus naar huis. Precies tegenover de halte bij mijn huis zit een FEBO. Dan had ik geen zin om te koken, en liep ik weer naar binnen toe. Daarom ben ik een halte eerder uit gaan stappen, moest ik ook nog een eindje lopen. Maar dan kwam ik thuis en had ik nog steeds geen zin in koken. En bestelde ik de een of andere bezorgmaaltijd. Ook niet gezond.”

Met zo’n persoonlijk voorbeeld laat Blokzijl zien dat hij weet hoe moeilijk het is om schadelijke patronen te doorbreken. En heeft hij het gesprek ook meteen de goede kant op gestuurd. “Het gaat om gedragsverandering. Hoe moeilijk het ook is, je moet je gewoontes veranderen. Ik stap nu nog steeds een halte eerder uit, maar ik heb ook een slowcooker gekocht. Voordat ik naar mijn werk ga, doe ik daar wat groenten in en bijvoorbeeld een stukje vis. Als ik dan ’s avonds van de bus naar huis gelopen ben, staat het eten klaar. Had ik mijn eetgewoontes niet veranderd, dan woog ik nu misschien wel 160 kilo.”

En bij eenzaamheid werkt het precies zo, zegt Blokzijl. “Ze moeten hun bed uit komen en wat gaan doen. En niet achter de krant blijven mopperen dat ze eenzaam zijn. Maar de weerstand tegen verandering is heel groot bij onze doelgroep. Dat moet je overwinnen, met heel veel gesprekken.” 

Preventie

Blokzijl zou graag zien dat er rond het thema eenzaamheid meer preventief gedaan wordt. Voorlichting geven zou het beste zijn, vindt Blokzijl. “We weten dat het risico van vereenzaming heel groot is als iemand alleen gaat wonen. Waarom zouden we dan eerst wachten tot iemand eenzaam is? Je moet meteen in actie komen. Het valt me op dat eenzame mensen gedrag gaan ontwikkelen waardoor ze nog eenzamer worden. Daar moet je snel wat aan doen.”

Het liefst wil hij dat er een netwerk wordt gebouwd rondom de cliënt, van thuiszorg, huisartsen en andere betrokkenen, waarbinnen iedereen van elkaar weet: daar zitten eenzame mensen. “Dan kun je er iemand heen sturen op huisbezoek. Het wordt steeds moeilijker om de echt eenzamen, die hun huis überhaupt niet meer uitkomen, te vinden.” En als je dan eenmaal achter die voordeur bent, besluit Blokzijl, moet je “vooral niet te moeilijk doen. Ga niet achter je laptop zitten maar ga naar buiten, op zoek naar dingen die ze leuk vinden. Koop een hondje.” Hij lacht. “En vergeet dan niet uit te leggen dat je een hond niet moet uitlaten op het balkon. Dan kom je nog nergens.”

Carolien Ceton

Verbinden met eenzaamheid

Verbinden met eenzaamheid

Sinds kort traint Rob Blokzijl collega-begeleiders in het gesprek aangaan over eenzaamheid. Zelf volgde hij vorig jaar bij Movisie de pilot van de train-de-trainer Verbinden met eenzaamheid, omgaan met eigen schroom en weerstand. De training zoomt in op drie vragen: wat is eenzaamheid en waarom is het een taboe, hoe verhoudt de professional zich zelf tot eenzaamheid, en hoe maak je op een gelijkwaardige manier contact met de cliënt over dit onderwerp? Het gaat erom de eigen schroom en weerstand te herkennen en die blokkade te doorbreken. Inmiddels heeft Blokzijl een aantal trainingen binnen zijn organisatie uitgevoerd. Lees meer over zijn ervaringen met de train-de-trainer in dit praktijkverhaal op Zorgtegeneenzaamheid.nl. De training en het handboek zelf vind je bij Movisie