Enschedese zorgorganisatie ontwikkelt 'Huiskamer van de Buurt'

Door bezuinigingen in de zorg komt een groep mensen niet meer in aanmerking voor de dagopvang, merkte zorgorganisatie de Posten in Enschede. Sociaal isolement, vooral onder ouderen, dreigde. Mede hierdoor, en vanuit haar maatschappelijke betrokkenheid, begon ze de Huiskamer van de Buurt.

Een laagdrempelige ontmoetingsplek voor en door wijkbewoners. Dat moesten de Huiskamers van de Buurt worden. Met de nadruk op ouderen. Het initiatief kwam van de thuiszorgpoot van zorgorganisatie de Posten en past in haar streven naar verbinding met de wijk. “Wij doen allerlei projecten samen met de gemeente, scholen en de welzijnswereld, gericht op de aanpak van sociaal isolement van ouderen”, vertelt Ineke Olthof, hoofd thuiszorg van de Posten.

De door bezuinigingen ingegeven ontwikkelingen in de zorg spelen daarbij een rol. Olthof: “Een groep mensen komt niet meer in aanmerking voor onze dagopvang. We hebben gekeken hoe we andere ontmoetingsmogelijkheden kunnen bieden.” Drie op vrijwilligers draaiende Huiskamers van de Buurt zijn het resultaat. Eén in de zorgorganisatie zelf, één in een activiteitencentrum in Enschede-West (Boekelo), en één in het dicht bij de zorgorganisatie gelegen nieuwe wijkgezondheidscentrum, waarmee de Posten een breder publiek wil trekken. En daar ging ik op bezoek.

Over Huiskamer van de Buurt

  • Zorgorganisatie de Posten in de wijk Wesselerbrink, Enschede-Zuid, heeft drie ‘Huiskamers van de Buurt’. Eentje is gevestigd in het nabij gelegen gezondheidscentrum. Wesselerbrink is een ruim opgezette, multiculturele wijk uit de jaren zestig-zeventig, met galerijflats, drive-in-woningen en rijtjeshuizen.
  • Wekelijks komen er vijftig tot zestig bezoekers, autochtoon en allochtoon, merendeels vrouw en zestigplusser.
  • De ruimte is 43 m2 groot met een open keukentje, en is doordeweeks geopend van 9.30 tot 12.00 uur en van 14.00 tot 16.00 uur. Periodiek ook ’s avonds.
  • De Huiskamer van de Buurt ontving voor haar activiteiten 3500 euro startsubsidie van de provincie Overijssel, via de gemeente. Het pand is eigendom van woningcorporatie Domijn.

Een Huiskamer in het gezondheidscentrum

De Huiskamer van de Buurt in het twee jaar geleden geopende gezondheidscentrum is niet alleen door de Posten opgezet, het was een gezamenlijk initiatief. “Naast de hoofdingang van het gezondheidscentrum was een ruimte bestemd voor ontmoeting”, vertelt Olthof: “Een groep enthousiaste mensen van de Posten, de vrijwilligersorganisatie Seniorenproof en welzijnsorganisatie Alifa besloot om deze ruimte samen vorm te geven.” De Posten werd huurder van de ruimte; met de andere partijen zijn afspraken gemaakt over het gebruik.

Om het behapbaar te houden werd gekozen voor beperkte openingstijden, twee keer per dag een paar uur. Seniorenproof en Alifa bezetten elk één dagdeel per week en de Posten de overige acht. De ruimte werd ingericht en activiteitenbegeleiders van de Posten maakten samen met vrijwilligers een start met het invullen van hun dagdelen. Als coördinator van deze Huiskamer van de Buurt kwam Nina Fröberg acht tot twaalf uur per week in dienst.

Vrijwilligers moeten het zelf doen

Fröbergs opdracht was ervoor te zorgen dat de ontmoetingsplek ging functioneren voor en door de buurt. “Vrijwilligers moesten de Huiskamer zelfstandig draaiende gaan houden”, zegt Fröberg: “Dus ik begon met het werven van vrijwilligers om de professionele activiteitenbegeleiders uit de beginfase te vervangen en de acht dagdelen samen met de vrijwilligers in te vullen.”

Vijftien Postenvrijwilligers draaien nu twee aan twee een dagdeel. Ze ontvangen bezoekers, zorgen voor koffie en thee, begeleiden activiteiten, ruimen de boel op, houden de kas bij en schaffen materialen voor activiteiten aan. De bezetting van de dagdelen regelen ze zelf. Fröberg komt af en toe een kijkje nemen; zij heeft haar werkplek bij de Posten en de vrijwilligers kunnen haar voor dringende zaken per e-mail of telefoon bereiken.

Verantwoordelijkheid durven geven

Vrijwilligers zijn samen verantwoordelijk voor het draaiende houden van de Huiskamer. “De verantwoordelijkheid daarvoor moet je ook dúrven geven,” benadrukt Fröberg: “Je moet het aan de vrijwilligers durven overlaten, óók als er iets gebeurt waarvan je denkt: tja.” Om de “kanteling naar een zelfsturend team” gestalte te geven, stelde Fröberg vanaf het begin een maandelijks vrijwilligersoverleg in. “Dan ziet iedereen elkaar en komt het reilen en zeilen van de Huiskamer aan de orde. Informatie en tips worden uitgewisseld en dingen die goed lopen maar ook knelpunten worden besproken.”

De “altijd gezellige en rommelige” bijeenkomsten verhogen de betrokkenheid bij de ontwikkeling van de Huiskamer en bij elkaar. Er is een hecht team gegroeid. “We worden bijna familie”, zeggen de vrijwilligers die ik ’s middags spreek. Goed voor de teambuilding is volgens hen ook samen dingen doen: “Je leert elkaar beter en op een andere manier kennen.” Als voorbeeld wijzen ze trots op de twee kleurrijke collages aan de wand: “Die hebben we met elkaar gemaakt.”

Toewerken naar één visie

Soms zijn er verschillen in visie op waar het in de ontmoetingsplek om gaat. “Vrijwilligers komen met hun eigen beelden in de Huiskamer werken”, legt Fröberg uit. “Tijdens het vrijwilligersoverleg hebben we het daarover. Dat zijn dan vragen als: is succes alleen af te meten aan het aantal bezoekers? Hoe waardevol is het persoonlijke contact met iemand die komt? Is een activiteit het doel of een middel om met mensen in gesprek te komen?”

Fröberg: “Ik leg dan uit dat het niet een kwestie is van óf-óf, maar dat het in de Huiskamer gaat om het contact met elkaar, om wat er gebeurt tussen mensen en dat activiteiten daarvoor een middel zijn. We proberen met elkaar toe te werken naar een gezamenlijke visie.”

Dunne scheidslijn

De Huiskamer van de Buurt is niet alleen voor bezoekers belangrijk om er even uit te zijn en andere mensen te ontmoeten, maar ook voor veel vrijwilligers – veelal zelf oudere buurtbewoners. Een vrijwilliger: “Anders zit ik maar alleen thuis. Hier is het gezellig, we kletsen wat af.” De scheidslijn tussen vrijwilliger en bezoeker is daarom niet altijd zo duidelijk. Soms komen mensen eerst als bezoeker en worden dan vrijwilliger. Soms is iemand op het ene dagdeel vrijwilliger en op een ander deelnemer.

Anderzijds stimuleert Fröberg het dat bezoekers een handje meehelpen in de Huiskamer: “Vrijwilligers zien bezoekers algauw als gasten die in de watten gelegd moeten worden. Dat is tot op zekere hoogte prima. Maar de Huiskamer is voor en door de buurt. Daar hoort bij dat een bezoeker best even kan helpen met de afwas.”

Met elkaar bezig zijn

Na een kort bezoek aan ’t Proathoes, de goedbezochte activiteit van Seniorenproof, ben ik ’s middags te gast bij het creatief knutselen. Een Huiskameractiviteit die zó populair werd dat inmiddels een tweede middag is gestart. Aan de ronde tafel bij de ingang leggen drie enthousiaste vrijwilligers – Karin, Lenie en Milanka – uit hoe ze de activiteit vormgeven. Op de achtergrond het vrolijke geroezemoes van zeven vrouwen om de knutseltafel.

“Niet wij als vrijwilligers bepalen wat er gebeurt, dat doen we altijd sámen met de deelnemers. We zoeken knutselvoorbeelden op internet en vragen aan de groep: wat vinden jullie leuk om te doen?” De vrijwilligers vertellen dat niet altijd iedereen meedoet aan dezelfde activiteit. Soms wil iemand breien of kaarten maken. Dat kan per keer verschillen. Kenmerkend voor de knutselmiddag is dat de vrouwen veel met elkáár bezig zijn, elkaar helpen, van elkaar leren: “Ze vragen elkaar: hoe doe je dat? Of: wil je het mij leren? Er is een sterke interactie tussen deelnemers. Dat ontstaat gewoon.”

Wijkverpleegkundige en mantelzorgvrijwilligers

De invulling van de dagdelen is een proces van zoeken en uitproberen, zegt Fröberg: “In het begin boden we spelletjes, kaarten en schaken aan om mensen te trekken, maar daar kwam niemand op af.” Het programma dat er nu ligt bevat vooral creatieve activiteiten. “Dat is zo gegroeid vanuit interesses van vrijwilligers én omdat er mensen op af kwamen.”

Voor dagdelen die minder goed lopen, zijn alternatieven bedacht in de sfeer van gezondheid en zorg. Zo is er een spreekuur van de wijkverpleegkundige; bewoners komen voor bloeddruk- en bloedsuikermeting of voor informatie. “Hierbij betrek ik de vrijwilligers als schakel tussen wijkverpleegkundige en bezoekers”, zegt Fröberg. Een van hen: “Wij zijn geen hulpverleners. Dan is het prettig dat als ons iets opvalt aan een bezoeker, wij dit kunnen voorleggen aan de wijkverpleegkundige, in overleg met betrokkene.” Wandelgroepen van Stichting Vitaliteit en Veiligheid voor Senioren gebruiken de Huiskamer als vertrekpunt en drinken er na terugkeer koffie. In samenwerking met het Steunpunt Mantelzorg kunnen mantelzorgers in de Huiskamer de zorg voor hun naaste op twee ochtenden een uurtje overlaten aan ervaren mantelzorgvrijwilligers.

Thuis praat ik met mijn parkiet

Fröberg en haar leidinggevende Olthof zijn tevreden over wat in twee jaar tijd met de Huiskamer van de Buurt bereikt is. Het vrijwilligersteam draait goed en neemt steeds meer zelfstandig initiatieven; steeds meer mensen komen even buurten; de activiteiten trekken een mooie groep bezoekers. Daarnaast is een goede samenwerking gegroeid met de vrijwilligers van de interculturele ontmoetingsochtend van Alifa en met het – autonoom draaiende – Proathoes ontstaat ook meer verbinding.

De activiteiten in de Huiskamer van de Buurt halen de – veelal alleenstaande – oudere bezoekers uit hun isolement. “Dat zeggen ze niet zo, maar dan hoor je: ik vind het hier zó gezellig”, vertelt een vrijwilliger die inmiddels drie dagdelen bij de Huiskamer werkt. “Of ze zeggen: dit is voor mij echt een uitje.” Een bezoeker vertelde Fröberg eens dat ze beter in haar vel zit sinds ze de Huiskamer bezoekt en dat ze minder gezondheidsklachten heeft. Een van de bezoekers aan de knutseltafel vat het deze middag mooi voor me samen: “Thuis praat ik met mijn parkiet, hier praat ik met mensen.”

Korte analyse

Het verhaal van De Huiskamer van de Buurt in Enschede gaat over de stapsgewijze ontwikkeling van een kleinschalige ontmoetingsplek, draaiende gehouden door een zelfsturend team vrijwilligers. Het laat zien hoe belangrijk het is om veel aandacht te besteden aan het opbouwen van een hecht team en het ontwikkelen van een gedeelde visie, aan het uitpraten van geschilpunten, aan het durven overlaten van de verantwoordelijkheid door een professional aan vrijwilligers. Met deze uitgangspunten kon er een ontmoetingsplek ontstaan waar zowel de vrijwilligers als de ouderen uit de wijk zich prettig voelen en contacten opdoen. Nina Fröbergs droom is dat de Huiskamer altijd open is. Zij hoopt dit stapje voor stapje te realiseren, waarbij de inzet en ideeën van vrijwilligers leidend zijn. 

Carin Giesen, juni 2014