Jongeren en eenzaamheid - “We herinneren ons die eenzame scholier en student allemaal”

Iedereen herinnert zich nog wel dat ene klasgenootje van de middelbare school dat eigenlijk nergens bij hoorde. In de pauzes zwierf hij alleen door de gangen. 

Door de ene helft van zijn klasgenootjes werd hij gepest, door de andere helft genegeerd. Vriendjes of een vriendinnetje had hij niet. Of die ene student die na afloop van het college naar zijn studentenkamer ging om daar voor zichzelf te koken, in zijn eentje te eten en vervolgens alleen zijn huiswerk te maken. Alleen in het weekend ging hij uit, alleen dan had hij mensen om zich heen.

We herinneren ons deze scholieren en studenten allemaal. Dat komt omdat er veel van deze scholieren en studenten zijn. Jongeren in dergelijke situaties voelen zich vaak eenzaam. Toch worden jongeren over het algemeen niet als een eenzame groep gezien.

"De meest eenzame periode in het leven van mensen"

De twee beschreven jongeren bevinden zich in verschillende levensfases. In de adolescentie (12 tot 18 jaar) ontwikkelen mensen hun eigen identiteit1. Deze periode gaat gepaard met veel onrust en stress2. Het leven van deze ‘pubers’ kenmerkt zich door conflicten met ouders en andere gezaghebbers, stemmingswisselingen, afhankelijkheid van leeftijdsgenoten en riskant gedrag3. Door de onzekerheid en veranderingen in hun levens is de adolescentie, volgens sommige onderzoekers, de meest eenzame periode in het leven van mensen4.

In de vroege volwassenheid1 (19 tot 30 jaar) nemen de stemmingswisselingen en de conflicten als gevolg van het verzet tegen de ouders en andere gevestigde orde langzaamaan af3. In deze levensfase nemen mensen op een andere manier steeds meer afstand van hun familie en bekende omgeving. Jongeren gaan op zichzelf wonen, mogelijk in een andere stad. Hierdoor zien ze hun familie en vrienden veel minder vaak. Natuurlijk ontwikkelen zij ook nieuwe vriendschappen en relaties, maar deze zijn zeker in het begin nog vluchtig. In deze levensfase leren jongeren voor het eerst op eigen benen staan. Veel onderzoek naar eenzaamheid richt zich enkel op volwassenen (18+). Uit deze onderzoeken komt naar voren dat eenzaamheid onder jongvolwassenen relatief vaak voorkomt5,6.

Als eenzaamheid langer aanhoudt...

Iedereen voelt zich wel eens eenzaam. Dat is heel normaal. Het is dan ook niet per se zorgelijk als een jongere zich een keer eenzaam voelt. Als deze eenzaamheid langer aanhoudt, is dit wel zorgelijk. 

Wil je je verhaal kwijt? Bel of chat anoniem

Heb je (als jongere) last van eenzaamheidsgevoelens en wil je erover praten? Chat of bel anoniem met Sensoor

Eenzaamheid heeft negatieve effecten op het zelfbeeld van mensen7. Niet-eenzame mensen achten eenzame mensen minder geschikt als vriend en behandelen hen daarom anders8,9. Door deze afwijzing zijn eenzame jongeren mogelijk minder positief over zichzelf en daardoor minder geneigd contacten aan te gaan. Dit kan ertoe leiden dat eenzame jongeren minder communicatieve vaardigheden ontwikkelen. Deze vaardigheden hebben ze in hun latere leven ook nodig om contacten te leggen en te onderhouden. Eenzame jongeren beginnen op deze manier al met een achterstand aan hun latere leven. Uit onderzoek blijkt dan ook dat eenzaamheid in een eerdere periode in het leven leidt tot een grotere kans op eenzaamheid in een latere periode in het leven10,11

Zelf iets doen tegen eenzaamheid

Kijk op Eenzaam.nl wat je kan doen tegen eenzaamheid

Eenzaamheid heeft ook een positieve, ontwikkelende functie

Eenzaamheid komt veelvuldig voor onder jongeren. Voor de meeste is eenzaamheid iets incidenteels. Ondanks dat eenzaamheid ook voor hen een negatief gevoel is, heeft het een positieve, ontwikkelende functie. Ze leren zichzelf hierdoor kennen en groeien er overheen, gesterkt met hun nieuwe zelfkennis. Dit is echter niet voor alle jongeren het geval. Voor sommige jongeren is eenzaamheid iets structureels. Deze jongeren hebben hier niet alleen in hun huidige, maar ook in hun toekomstige leven veel overlast van. Volgens de heersende publieke opinie is eenzaamheid een probleem van oudere mensen12,13. Het is echter belangrijk ons te realiseren dat ouderen niet het patent op eenzaamheid hebben. En dat we bij eenzaamheidsbestrijding meer aandacht hebben voor verschillende groepen, waaronder jongeren. 

Eric Schoenmakers 

Op basis van wetenschappelijk onderzoek bespreekt dr. Eric Schoenmakers maandelijks een aan eenzaamheid gerelateerd onderwerp. Schoenmakers promoveerde in oktober 2013 op het onderwerp ‘eenzaamheid’ aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij is auteur van het boek Coping with Loneliness. Momenteel is Schoenmakers onder andere werkzaam als docent Toegepaste Gerontologie aan de Fontys Hogeschool in Eindhoven.

Terug naar Een blik uit de wetenschap 

Gebruikte literatuur: 

  • 1. Erikson, EH. Identity: Youth and Crisis. New York: WW Norton & Company, 1968.
  • 2. Arnett, JJ. Adolescent storm and stress, reconsidered. American Psychologist. 1999; 54: 317-326.
  • 3. Rokach A, Nieto F. Age, Culture, and the antecedents of loneliness. Social Behavior and Personality. 2005; 33: 77-494.
  • 4. Heinrich LM, Gullone E. The clinical significance of loneliness: A literature review. Clinical Psychology Review. 2006; 26: 295-718.
  • 5. Dykstra PA. Older adult loneliness: Myths and realities. European Journal of Ageing. 2009; 6: 91-100.
  • 6. Perlman D. Age differences in loneliness: A meta-analysis. Vancouver: University of British Columbia (ERIC Document Reproduction Servia NO. ED326767), 1991.
  • 7. De Jong Gierveld J. A review of loneliness: Concept and definitions, determinants and consequences. Reviews in Clinical Gerontology. 1998; 8: 73-80.
  • 8. Lau S, Gruen GE. The social stigma of loneliness: Effect of target person’s and perceiver’s sex. Personality and Social Psychology Bulletin. 1992; 18: 182-189.
  • 9. Rotenberg KJ, Gruman JA, Ariganello M. Behavioral confirmation of the loneliness stereotype. Basic & Applied Social Psychology. 2002; 24: 81-9.
  • 10. Cacioppo JT, Hawkley C. People thinking about people: The vicious cycle of being a social outcast in one’s own mind. The social outcast: Ostracism, social exclusion, rejection, and bullying. 2005: 91-108.
  • 11. Schoenmakers EC. Coping efforts under consideration and loneliness: How are they related? Coping with Loneliness. Amsterdam: VU University, 2013: 71-88.
  • 12. Tornstam L. Stereotypes of old people persist : A Swedish “facts on aging quiz” in a 23-year comparative perspective. International Journal of Ageing and Later Life. 2007; 2: 33-59.
  • 13. Walker A. Age and attitudes. Main results from a Eurobarometer survey. Brussels: Commission of the European Communities, 1993.