"Een Chinees die eenzaam is schaamt zich"

Als jongen trok hij vanuit zijn dorp in Hong Kong de wereld in op zoek naar werk. Nu, veertig jaar later, zet George Wong zich voor de Chinese ouderenvereniging Chun Pah en het Rotterdamse trefcentrum Wah Fook Wui met hart en ziel in voor Chinese bejaarden in ons land.

“Ik probeer ervoor te zorgen dat mensen elkaar ontmoeten, samen dingen doen, elkaar helpen. Dingen dus die ik vroeger zelf zo heb gemist.”

Schrijnend

Laatst had hij weer zo’n geval aan de hand. Een oude vrouw overlijdt amper twee jaar nadat haar man stierf. Hij komt dit soort gevallen veel tegen, vooral buiten de grote stad. Hoewel hij het Nederlands niet volledig machtig is, hoeft George Wong (57) niet naar woorden te zoeken om uit te leggen hoe schrijnend eenzaamheid onder Chinese ouderen kan zijn. De blik in zijn ogen en de manier waarop hij dan zijn stem dempt, zeggen genoeg.

Overblijver

Wong: “Oudere Chinezen hier spreken vaak nauwelijks Nederlands. De meesten begonnen nadat ze hier laag opgeleid kwamen een Chinees restaurant. Ze hebben hard gewerkt maar van integreren in het leven hier, kwam het niet. Wonen ze ergens in een kleinere gemeente, dan hebben ze vaak geen enkel contact buiten de deur. Zulke echtparen leunen heel sterk op elkaar. Als dan een van beiden overlijdt, leeft de overblijver meestal ook niet lang meer. Vaak is die binnen drie jaar ook dood.”

Onzichtbaar

Wong weet waar hij het over heeft. Al zowat vanaf het moment dat hij zelf dertig jaar geleden van Suriname naar Nederland verhuisde en in Zoetermeer en later in Rotterdam een restaurant begon, onderneemt hij als vrijwilliger actie tegen de “onzichtbaarheid” van de Chinese gemeenschap in ons land en tegen eenzaamheid onder Chinese bejaarden.

Domino

“Het is voor een Nederlander moeilijk te begrijpen wat Chinezen echt denken,” probeert Wong die eenzaamheid te verklaren, terwijl hij ons rondleidt in het ontmoetingscentrum Wah Fook Wui, in een voormalig schoolgebouw aan de Graaf Florisstraat aan de rand van het centrum van Rotterdam. Van eenzaamheid lijkt daar geen sprake. Het gonst er van het Kantonees en Mandarijns. In een zaaltje doet een groep vrouwen op muziek aan Tai Chi. In een  ander lokaal spelen mannen Chinees schaak en domino. In de keuken wordt een maaltijd bereid voor bewoners van de seniorenappartementen hoger in het gebouw.

Stil

Wong komt oorspronkelijk uit Hong Kong. Dat Chinese ouderen in Nederland makkelijk vereenzamen, heeft volgens hem voor een deel te maken met de Chinese mentaliteit: “Nederlanders maken op straat of in de supermarkt makkelijk een praatje met iemand die ze niet kennen. Stap je in een lift, dan groet je elkaar. Maar al sta je in Hong Kong met twintig mensen in een lift, het blijft stil. Chinezen bemoeien zich niet met vreemden, houden afstand. Alsof ze die anderen niet vertrouwen. In hun eigen kring zijn ze wel sociaal en helpen ze elkaar, maar daar buiten leggen ze moeilijk contact.”

Gevecht

Als 15-jarige jongen verliet Wong het dorp waar hij sinds het overlijden van zijn vader leefde met nog alleen zijn moeder, zusje en oma. Met een vliegticket van geleend geld reisde hij in zijn eentje van Hong Kong naar Paramaribo. Daar is werk en kan je zoon veel geld verdienen, hadden kennissen zijn moeder verzekerd. Het bleek het begin van een lang en moeizaam gevecht voor een beter leven.

Varken

Door wat hij in die jaren zelf moest doorstaan, kan hij zich nu goed inleven in de eenzaamheid van bejaarde Chinezen hier: “In ons dorp leefden we heel afgezonderd. Ik was de enige jongen in het gezin. Vrienden had ik niet. Mijn vader overleed toen ik negen was. Toen voelde ik mij echt heel eenzaam. Ik praatte eigenlijk vooral nog tegen onze hond en varkens. Maar ik wist niet beter, vond het ook normaal.”

Openhartig

De eerste paar jaar in Paramaribo maakte hij in een Chinese toko werkdagen van zestien uur alleen om de tweeduizend dollar voor de vliegreis te kunnen terugbetalen. Wong, veertig jaar later en openhartig: “Vooral als ik dan op feestdagen gezinnen samen zag, dacht ik aan thuis en moest ik van eenzaamheid vaak huilen.”

Warmte

De herinnering aan die moeilijke tijd houdt hem  als vrijwilliger gaande. Hij heeft nu een goed lopende Surinaamse broodjeszaak. Daarnaast is hij niet alleen vice voorzitter van Wah Fook Wui en van Chun Pah, maar ook bestuurder en adviseur van een reeks van andere lokale en landelijke Chinese organisaties. Wong: “Ik probeer ervoor te zorgen dat mensen elkaar ontmoeten, samen dingen doen, elkaar helpen. Dingen dus die ik vroeger zelf zo heb gemist. Ik help mij er ook zelf mee. Anderen aandacht en warmte geven, vind ik heel prettig.”

Blind

Wong noemt het leven van veel Chinese ouderen hier “kaal” en “blind”: “Ze hebben weinig hobbies en ook weinig contact met hun kinderen, want die spreken wel Nederlands maar niet goed Chinees. Vrienden zien ze meestal in een Chinees restaurant, maar die contacten zijn niet stabiel. Thuis kijken ze alleen Chinese televisie. Engelse televisie kunnen ze ook niet volgen. Sommige ouderen gaan gokken, uit verveling.”

Rolstoel

Wong: “Vooral buiten de grote steden hebben veel van onze ouderen het moeilijk. Al laten ze dat aan de buitenwereld niet blijken want een Chinees vraagt niet snel om hulp. Daar schaamt hij zich voor. Een Chinees die in een rolstoel moet, gaat liever ook niet meer de deur uit. Om minder eenzaam te zijn verhuizen onze senioren graag naar de grote stad, het liefst naar een Chinese woongemeenschap. Maar dat moet dan wel kunnen. Sommigen hebben met maar een stuk aow er het geld niet voor en voor seniorenwoningen zoals hierboven bestaan er lange wachtlijsten.”

Papierwinkel

Van de ruim drieduizend leden die Chun Pah landelijk telt, woont ongeveer de helft in de Randstad. Van de zevenhonderd die in Rotterdam wonen, is de helft actief lid. Behalve iedere dinsdagmiddag meedoen aan de activiteiten van Chun Pah in Wah Fook Wui, kunnen ouderen in dit trefcentrum een basiscursus Nederlands volgen, een Chinese krant lezen en een boek lenen uit de bibliotheek. Een maatschappelijk werker is doordeweeks twee uur per dag beschikbaar voor uitleg over de papierwinkel van Nederlandse overheden en zorgorganisaties. Bustochtjes en speciale activiteiten op Chinese feestdagen zijn ook in trek.

Huisbezoek

Chun Pah legt door het hele land ook huisbezoeken af. Wong: “Jongere ouderen gaan een keer per jaar en als het nodig is meerdere keren bij kwetsbare ouderen op bezoek. Vorig jaar hebben we achtentwintighonderd van die bezoekjes afgelegd. Chinees gebruik is dat je in een groepje bij mensen langs gaat, met een cadeautje of bloemetje. Als je met een paar vrijwilligers bent kun je ook meer terloops zien of iemand eenzaam is.”

IJskast

Wong: “Horen wij bij zo’n bezoek dat de kinderen al maanden niet zijn langs geweest, dan is dat voor ons een teken. En we kijken of het huis niet vervuild is en de ijskast niet leeg, want dat zijn ook signalen van eenzaamheid. Ouderen waarbij dat wel aan de hand is, geven we extra aandacht, bijvoorbeeld door telkens als we een uitstapje organiseren te bellen. Meedoen aan activiteiten is heel belangrijk. Maar je kan mensen niet dwingen. Sommigen blijven toch thuiszitten. Die zien er na een halfjaar tien jaar ouder uit.”

Kapot

Wong maakt zich zorgen over de toekomst van Chun Pah. Door de bezuinigingen vervalt over twee jaar de 80.000 euro subsidie die de vereniging als ouderenbond nu ieder jaar krijgt: “Dan kunnen we minder op huisbezoek en moeten we ook activiteiten schrappen. Terwijl onze organisaties voor de overheid juist hele goede kanalen zijn om de Chinese gemeenschap te bereiken. Want doordat Chinezen stil zijn weet de overheid zelf niet wat er bij hun speelt. Zonder die financiële steun gaat er voor de Chinese gemeenschap dus veel kapot.”

Paul Hazebroek

Meer strijders tegen eenzaamheid 

Lees meer persoonlijke verhalen in de serie Strijders tegen eenzaamheid door Paul Hazebroek.