Wie ziet jouw eenzaamheid?

Eenzaamheid zie je niet aan iemands buitenkant. Toch kun je wel degelijk inschatten of iemand zich eenzaam voelt, blijkt uit een wetenschappelijke studie.

Met enige regelmaat word ik uitgenodigd om lezingen en workshops te geven over eenzaamheid. Een van de meest gestelde vragen tijdens deze bijeenkomsten is dan ‘hoe weet ik of een ander eenzaam is?’. Hierop volgt altijd een antwoord van mijn kant waaruit blijkt dat je dat niet zeker kan weten, tenzij iemand dat je vertelt. Eenzaamheid zie je niet aan iemands buitenkant. 

Eenzaamheid is zichtbaar voor anderen

En dan verschijnt ineens doodleuk een artikel van Luhmann en collega’s in het tijdschrift Journal of Research in Personality waaruit blijkt dat eenzaamheid wel degelijk zichtbaar is voor anderen1. Door middel van een statistische analyse vinden Luhmann en collega’s dat de inschatting van eenzaamheid tussen eenzame jongeren en hun omgeving correleert. Dit betekent dat anderen een accurate inschatting maken van de gevoelens van eenzaamheid van het individu. 

Het onderzoek is uitgevoerd onder Duitse jongeren die net klaar zijn met de middelbare school en begonnen zijn met een vervolgopleiding.Dat betekent dat ze ongeveer18 jaar zijn. Aan deze jongeren is een eenzaamheidschaal voorgelegd om hun eenzaamheid te meten. De directe naasten van deze jongeren, eventuele partners, ouders en beste vrienden is gevraagd een inschatting te maken van de eenzaamheid van de jongere.

Partners maken de beste inschatting van de jongere zijn eenzaamheid. Luhmann en collega’s denken dat dit komt doordat zij de eenzame persoon zowel in de familiesfeer als in de vriendschapssfeer kennen en dus het meest complete beeld hebben van de persoon. Ouders en beste vrienden zijn even goed in het inschatten van eenzaamheid. Ouders hebben minder zicht op de vriendschapssfeer; beste vrienden minder op de familiesfeer. Verder blijkt dat ouders en beste vrienden eenzaamheid bij de ander vaak onderschatten, maar dat dit bij partners niet het geval is.

Naasten, geen professionals

Een belangrijke kanttekening bij de bevindingen van Luhmann en collega’s is dat de overeenkomstige inschatting gemaakt wordt door naasten, namelijk partners, ouders en beste vrienden en niet door professionals, zoals docenten en hulpverleners en anderen, zoals vrijwilligers, buren en kennissen. Naasten krijgen vaak meer te zien van het individu dan niet-naasten. Deze resultaten betekenen daarom ook niet dat iedereen in staat is eenzaamheid te zien. Daarvoor is waarschijnlijk een nauwe band nodig. 

Hoe goed is de inschatting?

De samenhang tussen eenzaamheidsmetingen van individuen en hun naasten is behoorlijk groot. Dit impliceert dat anderen een behoorlijke inschatting kunnen maken van iemands eenzaamheid, maar ook dat ze er ook wel eens naast zitten. ‘Er naast zitten’ kan zowel betekenen dat de aan- of afwezigheid van eenzaamheid verkeerd gelezen wordt, maar ook dat de mate waarin eenzaamheid ervaren wordt verschillend is. 

Zoals het goede onderzoekers betaamt, zijn Luhmann en collega’s voorzichtig met hun resultaten. De inschattingen van anderen zijn voorlopig enkel bruikbaar in onderzoek wanneer een vergelijking gemaakt kan worden met eenzaamheidscores van de onderzoeksgroep zelf. Het onderzoek is enkel uitgevoerd onder jongeren. Dat maakt dat de resultaten niet per se ook gelden voor kinderen, ouderen en andere groepen. 

Het is niet bekend of de inschatting van eenzaamheid ook iets zegt over eventuele gevolgen van eenzaamheid. Eenzaamheid vergroot de kans op allerlei problemen, zoals mentale, cognitieve en fysieke gezondheidsklachten2,3. Of naasten ook in kunnen schatten of eenzaamheid van individuen tot dergelijke gevolgen kan leiden, is onbekend.

Eric Schoenmakers, 28 juni 2016

Op basis van wetenschappelijk onderzoek bespreekt dr. Eric Schoenmakers maandelijks een aan eenzaamheid gerelateerd onderwerp. Schoenmakers promoveerde op het onderwerp ‘eenzaamheid’ aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij is auteur van het boek Coping with Loneliness. Momenteel is Schoenmakers onder andere werkzaam als docent Toegepaste Gerontologie aan de Fontys Hogeschool in Eindhoven.

Lees de andere blogs van Eric Schoenmakers 

Literatuur

  1. Luhmann M, Bohm J, Holtmann J, Koch T, Eid M. I’m lonely, can’t you tell? Convergent validity of self- and informant ratings of loneliness. Journal of Research in personality. 2016; 61: 50-60.
  2. De Jong Gierveld J. A review of loneliness: Concept and definitions, determinants and consequences. Reviews in Clinical Gerontology. 1998; 8: 73-80
  3. Heinrich LM, Gullone E. The clinical significance of loneliness: A literature review. Clinical Psychology Review. 2006; 26: 295-718.