Eenzaamheid, daar praten we niet over

Het afgelopen jaar ben ik getuige geweest van de opstart van een samenwerkingsverband rondom eenzaamheid in Eindhoven. Een groot aantal organisaties heeft zich ten doel gesteld ‘het taboe op eenzaamheid’ te doorbreken, zodat in Eindhoven iedereen zich vrij voelt om over eenzaamheid te praten. Dit vanuit de gedachte dat eenzaamheid deel van het leven is. Waarom zouden we daar niet over kunnen praten? De achterliggende gedachte is dat het gesprek over eenzaamheid het gevoel meer leefbaar moet maken.

Je hoort het vaak, dat eenzaamheid een taboeonderwerp is. Maar is dat echt zo? Wat is een taboe eigenlijk? In deze column bespreek ik kort de herkomst van het woord taboe en of eenzaamheid daadwerkelijk een taboe vormt.

Taboe

Het woord taboe wordt behoorlijk vrijelijk gebruikt. Een kleine, willekeurige zoektocht op het internet levert als voorbeelden van taboes bijvoorbeeld op dat er een taboe is op pedoseksualiteit, maar ook op het ‘je soms even niet goed voelen’. Het woord ‘taboe’ komt waarschijnlijk van het Polynesische woord ‘Tabu’, hetgeen een religieus verbod op bepaalde voorwerpen, plaatsen, acties of personen betekent. Zo is het verboden (tabu) om een pasgeboren kind of opperhoofd aan te raken. Wanneer een persoon dat wel doet, wordt deze zelf ‘tabu’. Voor personen die ‘tabu’ zijn, gelden restricties in het gedrag. Zo mag hij zijn eigen handen niet gebruiken om zichzelf te voeren. Hij wordt als ‘gevaarlijk’ gezien voor zichzelf en anderen.

In ons dagelijkse taalgebruik is een taboe een impliciet verbod op iets (vaak een uiting of gedrag) gebaseerd op een cultureel besef dat iets weerzinwekkend is (of wellicht te heilig voor ‘normale’ mensen). Uit deze definitie is vooral het woord ‘weerzinwekkend’ van belang. Om eenzaamheid een taboe te noemen, moet worden hardgemaakt dat we als samenleving eenzaamheid als iets weerzinwekkends zien.

eenzaamheid afbeeldingen

(Screenshot Google)

Eenzaamheid is weerzinwekkend

Type in Google het woord ‘eenzaamheid’ eens in en klik op ‘afbeeldingen’. De plaatjes die je te zien krijgt zeggen iets over ons beeld over eenzaamheid. Zij tonen vooral oudere mensen, alleen op een bankje in fletse kleuren of zwart-wit. Dit vormt geen bewijs dat eenzaamheid weerzinwekkend is, maar het vormt een indicatie dat eenzaamheid niet iets is waar mensen ‘zin in hebben’. Beter bewijs dat eenzaamheid ‘weerzinwekkend’ is voor mensen in onze samenleving wordt geleverd door twee wetenschappelijke experimenten

Eerste experiment: beschrijvingen

In het eerste experiment1 werden korte beschrijvingen (zo’n zes zinnen) voorgelegd aan een flinke groep studenten. De beschrijvingen betroffen mannen en vrouwen en eenzame en niet-eenzame mensen. Op basis van de beschrijvingen moesten studenten een persoonsinschatting maken. De resultaten tonen dat eenzame mensen gezien werden als minder in staat tot aanpassen, minder competent, minder sociaal, minder geliefd, minder geschikt als vriend, minder aantrekkelijk, minder oprecht, zwak en passief. Beschrijvingen van eenzame mannen worden negatiever beoordeeld dan beschrijvingen van eenzame vrouwen. Vrouwelijke studenten zijn negatiever over eenzame beschrijvingen dan mannelijke studenten.

Tweede experiment: aanname

Het tweede experiment2 betreft een onderzoek waarbij een persoon in een testsituatie gekoppeld werd aan een ander. De ene keer kreeg de persoon vooraf te horen dat de ander eenzaam was, de andere keer niet. Het gaat hier dus om de aanname dat iemand eenzaam is, niet om een bestaand gegeven. Nu blijkt dat wanneer we aannemen dat de ander eenzaam is, we zelf minder sociaal tegen hem zijn. Dit lokt bij de ander ook minder sociaal gedrag uit én een gevoel van eenzaamheid. Dit verschijnsel heet behavioural conformism. Mensen nemen het gedrag over dat van hen verwacht wordt.

Praten over een taboe

Het bestaande taboe op eenzaamheid maakt dat mensen niet over eenzaamheid willen praten. Over eenzaamheid praten is niet alleen ‘niet fijn’, het heeft negatieve gevolgen. Mensen gaan zich anders richting jou gedragen. Vanuit dat perspectief bezien is het dus best begrijpelijk dat er vraagverlegenheid is als het gaat om eenzaamheid. Wanneer je erkent eenzaam te zijn, gaat dat ten koste van het beeld dat mensen van je hebben. Maar, om mensen te kunnen helpen met hun eenzaamheid, is het van belang dat zij hun eenzaamheid erkennen3.

Om het gesprek over eenzaamheid te kunnen voeren dienen we ons denken en doen richting eenzame mensen te veranderen. Dat is een complexe opgave, want dit soort gedrag gebeurt vaak onbewust. Het Eindhovense plan heeft precies dat als doel. Door van eenzaamheid iets ‘normaals’ te maken, wordt het taboe doorbroken. Dat is essentieel en bovendien vernieuwend.

Eric Schoenmakers

Deze column is gebaseerd op de lezing ‘Het taboe op eenzaamheid: Over eenzaamheid praten we niet’ gegeven door Eric Schoenmakers tijdens de jaarlijkse verdiepingsconferentie van de Coalitie Erbij in Eindhoven op 2 oktober 2018.

Gebruikte literatuur

  1. Lau S, Gruen GD. The social stigma of loneliness: Effect of target person’s and perceiver’s seks. Personality and Social Psychology Bulletin, 1992, 18: 182-189.
  2. Rotenberg KJ, Gruman JA, Ariganello M. Behavioral confirmation of the loneliness stereotype. Basic & Applied Social Psychology. 2002; 24: 81-9.
  3. Schoenmakers EC. Design of the study, results, and discussion. In: Coping with Loneliness. Amsterdam: VU University, 2013: 11-24.