Een kostenperspectief op eenzaamheid

Klopt de conclusie van Deloitte wel dat eenzaamheid bestrijden geld oplevert? Ik heb zo mijn bedenkingen.

Op 19 september bracht Deloitte in een persbericht naar buiten dat eenzaamheid de samenleving (veel) geld kost. Volgens de uitgevoerde data-analyse ligt er vooral een verband tussen eenzaamheid en het hebben van huishoudelijke zorg bij mensen tussen de 50 en 65 jaar. Deloitte concludeert dat het bestrijden van eenzaamheid geld oplevert, omdat minder eenzaamheid betekent dat minder huishoudelijke zorg nodig is. Maar is dat zo? 

Correlatie eenzaamheid en huishoudelijke zorg

In haar onderzoek vindt Deloitte een correlatie tussen eenzaamheid en huishoudelijke zorg. Een correlatie is een verband dat een samenhang aangeeft tussen X en Y. De richting van deze samenhang is onbepaald. De reden van de samenhang kan zijn dat eenzame mensen meer gebruik maken van huishoudelijke zorg, bijvoorbeeld omdat hun informele netwerk kleiner is en hierdoor minder zorgtaken op zich neemt, waardoor een grotere druk op de formele zorg ontstaat. De reden van de samenhang kan ook zijn dat onder mensen die huishoudelijke zorg nodig hebben, meer eenzaamheid voorkomt, bijvoorbeeld omdat zij door mobiliteitsklachten (dezelfde klachten als waarvoor zij de huishoudelijke zorg ontvangen) minder kunnen participeren. 

Vicieuze cirkel

Het staat vast dat eenzaamheid samenhangt met gezondheidsklachten. Dit verband werkt in twee richtingen. Enerzijds vertonen eenzame mensen vaker slecht gezondheidsgedrag, zoals slecht slapen en ongezond leven, hetgeen leidt tot een slechtere fysieke, mentale en cognitieve gezondheid1,2. Anderzijds leidt een slechte gezondheid tot een afname aan sociale mogelijkheden en een lager zelfbeeld, hetgeen leidt tot meer eenzaamheid3,4. Gezondheidsklachten en eenzaamheid zijn vaak met elkaar verbonden en vormen een vicieuze cirkel, waarbij het een het ander versterkt. Hiervoor maakt het niet uit wat er eerst is, de eenzaamheid of de gezondheidsproblematiek. 

Cirkel doorbreken

Het doorbreken van een dergelijke cirkel is belangrijk, maar vormt geen garantie op een afname van beide. Eenmaal aanwezige gezondheidsklachten verdwijnen niet als sneeuw voor de zon bij een afname van eenzaamheid. Het lichaam herstelt zich niet automatisch als gevoelens van eenzaamheid verdwijnen. Evenzeer verdwijnt eenzaamheid niet noodzakelijkerwijs wanneer de gezondheidssituatie verbetert. Eenmaal uiteengevallen repareert een sociaal netwerk zichzelf niet zomaar. De conclusie dat het terugbrengen van eenzaamheid zou leiden tot minder huishoudelijke zorg is dus te kort door de bocht. Huishoudelijke zorg hangt namelijk samen met meer en mogelijk belangrijkere zaken dan eenzaamheid, in het bijzonder de gezondheid van de zorgvrager. 

Voorzichtig zijn

Eenzaamheid wordt de laatste tijd vaker aan zorgkosten gerelateerd. Zo becijferde oud-minister Klink dat eenzaamheid de maatschappij jaarlijks één tot twee miljard euro kost. Onderzoekers in de VS toonden aan dat eenzame mensen bovengemiddeld vaak huisartsen bezoeken, met en zonder gegronde medische reden5. Eenzame mensen hebben dus meer klachten waarmee ze naar de huisarts gaan, maar zij bezoeken de huisarts ook vaker zonder klachten; voor de aandacht dus. Het doorbreken van eenzaamheid is een mooi streven. Als dit geld bespaart, is dat bovendien een maatschappelijke stimulans die kan helpen om partijen te betrekken bij het verschijnsel eenzaamheid. We moeten echter voorzichtig zijn in de conclusies die we trekken en de verwachtingen die we hebben.

Preventie?

Ik ben nog niet overtuigd dat het oplossen van eenzaamheid leidt tot aanzienlijk minder zorgkosten. Wat dat betreft ben ik hoopvoller gestemd over preventie van eenzaamheid. Maar ook hierbij geldt dat ik er geen wonderen van verwacht, juist omdat eenzaamheid en gezondheid vaak zo onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Mensen worden nu eenmaal ziek en dat gaat, helaas, gepaard met kosten en soms ook met eenzaamheid.

Eric Schoenmakers, 23 november 2016

Op basis van wetenschappelijk onderzoek bespreekt dr. Eric Schoenmakers maandelijks een aan eenzaamheid gerelateerd onderwerp. Schoenmakers promoveerde op het onderwerp ‘eenzaamheid’ aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij is auteur van het boek Coping with Loneliness. Momenteel is Schoenmakers onder andere werkzaam bij de opleiding Toegepaste Gerontologie aan de Fontys Hogeschool in Eindhoven.

Lees meer blogs van Eric Schoenmakers

Literatuur 

  1. De Jong Gierveld J. A review of loneliness: Concept and definitions, determinants and consequences. Reviews in Clinical Gerontology. 1998; 8: 73-80
  2. Heinrich LM, Gullone E. The clinical significance of loneliness: A literature review. Clinical Psychology Review. 2006; 26: 295-718.
  3. Jylhä M. Old age and loneliness: Cross-sectional and longitudinal analyses in the Tampere Longitudinal Study on Aging. Canadian Journal on Aging/ La Revue Canadienne du Vieillissement. 2004; 23: 157-168.
  4. Victor CR, Scambler SJ, Bowling A, Bond J. The prevalence of, and risk factors for, loneliness in later life: a survey of older people in Great Britain. Aging & Society. 2005; 25: 357-375. 
  5. Ellaway A, Wood S, MacIntyre S. Someone to talk to? The role of loneliness as a factor in the frequency of GP consultations. British Journal of General Practice. 1999; 49: 363-367.