De zaak van de eenzame diabetespatiënten

De Volkskrant van 22 juni kopte ‘Medisch massaonderzoek bevat potentieel goud – maar in de praktijk gaat het mis’1. In dit artikel wordt uiteengezet hoe op basis van langlopende bevolkingsonderzoeken soms conclusies worden getrokken die volgens de Volkskrant ‘twijfelachtig’ kunnen worden genoemd. Ter nuancering, de Volkskrant erkent het nut van langlopende cohortstudies (‘potentieel goud’), maar constateert dat er haken en ogen zitten aan hoe onderzoeksdata soms worden gebruikt.

In het artikel (lees dat hier terug) wordt in een kader ook ‘de zaak van de eenzame diabetespatiënten’ aangehaald: “Eenzaamheid vergroot de kans op suikerziekte, meldt het Maastricht UMC+ vlak voor de kerstdagen. Gebaseerd op onderzoek van een cohort van duizenden mensen binnen de Maastricht Studie.” Eenzaamheid wordt veelvuldig in verband gebracht met gezondheidsuitkomsten. Hoe solide is de relatie tussen de begrippen eenzaamheid en gezondheid eigenlijk?

Over correlatie en causatie

Cross-sectionele onderzoeken (waarbij gegevens op één moment in de tijd zijn verzameld) bieden ons de gelegenheid te onderzoeken of twee (of meer) kenmerken onderling samenhang vertonen (correlatie). Een onderlinge samenhang tussen een hogere score op eenzaamheid en een grotere kans op negatieve gezondheidsuitkomsten, bijvoorbeeld diabetes, kan verschillende dingen betekenen. 1) Eenzaamheid vergroot de kans op diabetes. 2) Diabetes vergroot de kans op eenzaamheid. In beide gevallen is er sprake van een ‘oorzakelijk verband’ (causatie) ofwel, het één komt door het ander. In ‘de zaak van de eenzame diabetespatiënten’ is er gebruik gemaakt van cross-sectionele gegevens. Dat blijkt uit de reactie van de onderzoekers op vragen van de Volkskrant: “De onderzoekers erkennen dat hun vondst misschien door iets veel simpelers kan worden verklaard: mensen die last krijgen van hun suikerziekte, zitten misschien steeds vaker thuis en voelen zich daardoor eenzamer. Het is in dat geval dus de ziekte die eenzaamheid in de hand werkt, in plaats van andersom.” Terzijde, er is ook nog een derde optie, namelijk er is wel sprake van samenhang (correlatie), maar er is geen oorzakelijk verband (causatie). In dat geval speelt er iets anders, waardoor zowel eenzaamheid toeneemt als gezondheid afneemt.

Cross-sectionele studies helpen onderzoekers om een idee te krijgen of er een verband is. De richting van het verband kan met dergelijke studies niet worden verklaard. Juist langlopende cohortstudies (longitudinaal onderzoek) kunnen inzicht bieden in causatie, omdat mensen gedurende langere tijd worden gevolgd en dus bepaald kan worden wat er eerst was: eenzaamheid of een slechte gezondheid. Uit dergelijke longitudinale onderzoeken blijkt dat de relatie tussen langdurige (!) gezondheidsklachten en eenzaamheid complex is. Beide causale verbanden blijken namelijk waar te zijn. Een slechte gezondheid is een voorspeller voor eenzaamheid bv. 2, 3, 4. Achterliggende mechanismen zijn onder andere 1) dat gezondheidsklachten gepaard gaan met een afname in mobiliteit en energie, waardoor mensen verminderd toegang hebben tot hun bestaande netwerk en eenzaamheid dus toeneemt en 2) dat het zelfbeeld en zelfvertrouwen van mensen met een langdurige ziekte een deuk krijgt waardoor mensen zichzelf minder leuk gaan vinden. Zij nemen aan dat anderen dit beeld delen en gaan zich daardoor anders gedragen in relaties, hetgeen maakt dat relaties onder druk komen te staan en de kans op eenzaamheid toeneemt. Tegelijkertijd is eenzaamheid ook een voorspeller voor een afnemende gezondheid bv. 2,3,5,6. Een achterliggende verklaring hiervoor is dat eenzame mensen een slechtere leefstijl ontwikkelen en door minder slaap, meer stress, meer alcohol en andere slechte gewoontes een grotere kans hebben op een afname in gezondheid.

Deze complexe relatie tussen eenzaamheid en gezondheid in algemene zin is veelvuldig aangetoond. Het zou zomaar kunnen dat een aantal onderzoeken heel kleine verbanden beschrijft. De veelheid aan studies die het verband tussen beide begrippen aantonen, duidt voor mij echter op een betrouwbaar verband tussen eenzaamheid en gezondheid.

Eenzaamheid en diabetes

In 2015 verscheen een review-artikel waarin onder ander de tot dat moment bekende onderzoeken over de relatie tussen eenzaamheid en diabetes zijn samengevat7. Dit betrof op dat moment slechts zes artikelen. De beperkte verzamelde uitkomsten van deze artikelen doen vermoeden dat er ook in het geval van eenzaamheid en diabetes sprake is van wederzijdse beïnvloeding. Aan de ene kant leiden complicaties van diabetes tot een afname in mobiliteit en daarmee de mogelijkheden voor individuen met diabetes tot sociale interactie en dus een toename in eenzaamheid. Aan de andere kant zorgt eenzaamheid voor een vergrote kans op stressgerelateerde ontstekingen, hetgeen een bekende risicofactor is voor diabetes.

“In een reactie zeggen de onderzoekers dat ze niet te streng wilden zijn. Omdat het onderzoek nog in een verkennende fase zit, zou het belangrijk zijn om geen nieuwe verbanden over het hoofd te zien”, aldus de Volkskrant. Juist omdat er nog zo weinig onderzoek gedaan is naar de relatie tussen eenzaamheid en diabetes is het onderzoek van het UMC+ van waarde. In de wetenschap leren we van elkaar en bouwen we voort op elkaars werk. Het is dus zaak dat dergelijke onderzoeken worden uitgevoerd en gepubliceerd. Het doel van een dergelijk onderzoek is kennisontwikkeling. Dat hoeft niet direct tot praktische implicaties te leiden.

Is eenzaamheidspreventie dan een oplossing voor diabetes?

Natuurlijk moeten we voorzichtig zijn in de interpretatie van onderzoeken en de waarde die we eraan hechten voor de praktijk. “De wetenschappers schrijven dat het misschien zelfs mogelijk is diabetesgevallen te voorkomen als mensen uit hun sociaal isolement worden gehaald.” Dat lijkt me voorbarig. (De wetenschappers gebruiken niet voor niets het woord ‘misschien’.) Zelfs als op termijn blijkt dat een toenemende eenzaamheid leidt tot een toenemende kans op diabetes, zal nog moeten blijken of het voorkómen van eenzaamheid het aantal diabetesgevallen terugbrengt. Er zijn namelijk ook andere oorzaken voor diabetes, welke in omvang kunnen toenemen. Het kan zijn dat eenzaamheid ‘een trigger’ vormt, maar dat er ook andere triggers zijn. Bovendien weten we nog bijzonder weinig over preventie van eenzaamheid en of dat überhaupt mogelijk is.

Eric Schoenmakers

Validiteit en betrouwbaarheid

In onderzoek wordt vaak gesproken in termen van validiteit en betrouwbaarheid. Validiteit betreft de mate waarin we datgene meten wat we willen meten. Zowel voor eenzaamheid als voor allerlei gezondheidsuitkomsten bestaan valide meetinstrumenten. Dat wil zeggen: we weten dat de eenzaamheidsschaal ook echt het concept ‘eenzaamheid’ meet en dat een meetinstrument voor bijvoorbeeld diabetes ook echt vaststelt dat er sprake is van diabetes en niet iets anders.

Betrouwbaarheid betreft de nauwkeurigheid van de meting. Meetinstrumenten voor gezondheidsindicatoren zoals diabetes worden diagnostisch gebruikt. Omdat eigenlijk iedere diagnose juist moet zijn, betekent dit dat de foutmarge van het meetinstrument héél klein moet zijn en de betrouwbaarheid dus héél groot. Uit onderzoek blijkt dat de betrouwbaarheid van meetinstrumenten voor eenzaamheid goed is, maar niet goed genoeg om diagnostisch te gebruiken. Met andere woorden, meetinstrumenten voor eenzaamheid maken een accurate gemiddelde voorspelling, maar op individueel niveau zitten metingen er wel eens naast. Meetinstrumenten voor eenzaamheid kun je dus niet diagnostisch gebruiken.

Gebruikte literatuur

  1. Veldhuizen R. Medisch massaonderzoek bevat potentieel goud, maar in de praktijk gaat het mis. Volkskrant, 23 juni 2018. 
  2. Luo Y, Hawkley LC, Waite LJ, Cacioppo JT. Loneliness, health, and mortality in old age: A national longitudinal study. Social Science & Medicine. 2012; 74: 907-914.
  3. Cacioppo JT, Hughes ME, Waite LJ, Hawkley LC, Thisted RA. Loneliness as a specific risk factor for depressive symptoms: cross-sectional and longitudinal analyses. Psychology and Ageing. 2006; 21: 140-151.
  4. Aartsen M. Jylhä M. Onset of loneliness in older adults: Results of a 28 year prospective study. European Journal of Ageing. 2011; 8: 31-38.
  5. Courtin E, Knapp M. Social isolation, loneliness and health in old age: A scoping review. Health & Social Care in the Community. 2015; 25: 799-812.
  6. Ó Luanaigh C. Lawlor BA. Loneliness and health of older people. International Journal of Geriatric Psychiatry. 2008; 23: 1213-1221.
  7. Petitte T, Mallow J, Barnes E, Petrone A, Barr T, Theeke L. A systematic review of loneliness and common chronic physical conditions in adults. The Open Psychology Journal. 2015; 8: 113.

Beeld: Asi24 pixabay